ECLI:NL:RBZUT:2002:AF2603
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek eenhoofdig gezag vader en bevestiging hoofdverblijfplaats bij moeder
De vader verzoekt de rechtbank om wijziging van de gezamenlijke gezagsregeling en toekenning van eenhoofdig gezag aan hem over zijn minderjarige dochter. Hij vreest dat de voorgenomen verhuizing van de moeder naar een andere plaats het intensieve contact met zijn dochter zal belemmeren en stelt dat de stabiliteit en het welzijn van het kind daardoor in gevaar komen.
De moeder betwist het verzoek en stelt dat de verhuizing in het belang van de minderjarige is. Zij wijst op de stabiliserende invloed van haar nieuwe partner, de mogelijkheid tot zorg tijdens schooltijden en de continuïteit van onderwijs in de nieuwe woonplaats. Zij ontkent dat de vader geschikt is voor de dagelijkse verzorging en opvoeding, mede vanwege zijn tijdelijke woonomstandigheden en psychische klachten.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert dat een wijziging van het gezag en de hoofdverblijfplaats grotere gevolgen voor het kind heeft dan de verhuizing zelf. De rechtbank concludeert dat de verhuizing niet zodanig nadelig is dat een wijziging van het gezag gerechtvaardigd is en bevestigt dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder blijft. De proceskosten worden gecompenseerd zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om eenhoofdig gezag te verkrijgen wordt afgewezen en de hoofdverblijfplaats blijft bij de moeder.