ECLI:NL:RBZUT:2002:AF3303
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.G. Luiten
- H.C.M. Boon
- G.W. Brands-Bottema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot afzetting executeur-testamentair wegens onbehoorlijke taakuitoefening
De zaak betreft een verzoek van de zoon van de overledene om de levenspartner, die tevens executeur-testamentair is, af te zetten wegens onbehoorlijke taakuitoefening. De verzoeker stelt dat de executeur haar taken verwaarloost, onvoldoende informeert en onrechtmatig advocaatkosten uit de nalatenschap betaalt. Tevens voert hij aan dat zij niet in staat zou zijn tot behoorlijke uitoefening van haar functie.
De executeur voert verweer en stelt dat zij haar taken naar behoren vervult, onder meer door het opstellen van een boedelbeschrijving en het afhandelen van schulden. De rechtbank overweegt dat onbekwaamheid tot de uitoefening van het executeurschap slechts in bijzondere omstandigheden kan worden aangenomen en dat de erflater haar tot executeur heeft benoemd omdat hij haar bekwaam achtte.
De rechtbank oordeelt dat de verzoeker onvoldoende bewijs heeft geleverd voor onbehoorlijke taakuitoefening of onbekwaamheid. De verschillen in werkwijze zijn niet onrechtmatig en de executeur mag zich laten adviseren. De lopende procedure over de nalatenschap vormt geen reden tot afzetting. De verzoeken worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het verzoek tot afzetting van de executeur-testamentair wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.