ECLI:NL:RBZUT:2002:AF5799
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid eisers wegens onduidelijke procespartij in vorderingen tegen gedaagde
In deze civiele procedure vorderden eisers betaling van gedaagde partijen. Gedaagden sub 1 en 2 waren echter failliet verklaard, waardoor de procedure tegen hen werd geschorst in afwachting van verificatievergaderingen in het faillissement.
De rechtbank oordeelde dat de eisers onvoldoende duidelijkheid hadden verschaft over wie precies de procespartijen waren, met name ten aanzien van de vorderingen tegen gedaagde sub 3. De eisers hadden pas laat in de procedure, en slechts gedeeltelijk en voorwaardelijk, inzicht gegeven in de identiteit van de eisers, wat in strijd was met de goede procesorde.
Hierdoor werden de eisers niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tegen gedaagde sub 3 en veroordeeld in de proceskosten. De procedure tegen de failliete gedaagden sub 1 en 2 blijft geschorst totdat de verificatievergaderingen in het faillissement zijn afgerond.
De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De kosten werden begroot op een bedrag van ruim 6.800 euro, waarvan eisers een derde deel van het griffierecht en het procureurssalaris moesten betalen.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tegen gedaagde sub 3 en veroordeeld in de proceskosten.