ECLI:NL:RBZUT:2002:AF7216
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling wegens zwaarwegend belang minderjarige en communicatieproblemen ouders
In deze zaak vordert de vader een omgangsregeling met zijn minderjarige dochter, waarbij de rechtbank het geschil kwalificeert als een kwestie van gezamenlijke gezagsuitoefening op grond van artikel 1:253a BW. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert geen omgangsregeling op te leggen vanwege het zwaarwegende belang van de minderjarige, die positief is opgenomen in het gezin van de moeder en stiefvader, waar rust en stabiliteit heerst.
De moeder weigert medewerking aan de omgangsregeling en is niet bereid omgang via de grootmoeder van de vader te laten plaatsvinden. De communicatie tussen vader en moeder is zeer gespannen en de moeder weigert gesprekken over het belang van de minderjarige met de vader aan te gaan. De minderjarige toont angst en sociaal blokkeren bij het bespreken van de vader, wat de omgang belemmert.
De rechtbank oordeelt dat een omgangsregeling thans tegen het zwaarwegende belang van de minderjarige ingaat, mede door de communicatieproblemen tussen ouders en de persoonlijke problematiek van het kind. De rechtbank legt een informatieplicht op aan de moeder, zoals reeds bij eerdere beschikking bepaald, en compenseert de proceskosten zodat ieder zijn eigen kosten draagt. Het verzoek van de vader wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het opleggen van een omgangsregeling wordt afgewezen wegens het zwaarwegende belang van de minderjarige en communicatieproblemen tussen ouders.