ECLI:NL:RBZUT:2003:AF3005
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Oosten
- Van Beuge
- Prisse
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor doodslag en verbergen lijk kind Rowena met TBS-maatregel
De rechtbank Zutphen heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van doodslag op het meisje Rowena, het verbergen en verspreiden van haar lijk met het oogmerk het overlijden te verhullen, en het wederrechtelijk van vrijheid beroven van Rowena. Verdachte en zijn mededader hebben Rowena gedurende een periode van maanden herhaaldelijk met grote kracht geslagen en mishandeld, wat heeft geleid tot haar overlijden.
De rechtbank achtte niet bewezen dat sprake was van moord met voorbedachten rade, maar wel van doodslag met voorwaardelijk opzet. Het bewijs bestond uit verklaringen van de verdachten, medische rapporten en pathologisch onderzoek, ondanks dat het lijk door bevriezing en ontbinding moeilijk te onderzoeken was. Verdachte werd verminderd toerekeningsvatbaar verklaard vanwege een paranoïde persoonlijkheidsstoornis.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van twaalf jaar op, gevolgd door terbeschikkingstelling (TBS) met verpleging vanwege de ernst van de feiten en het risico op herhaling. Verdachte werd vrijgesproken van moord en andere niet bewezen tenlastegelegde feiten. De zaak schokte de samenleving door de gruwelijke mishandeling en de wijze van omgang met het lijk.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf en TBS met verpleging voor doodslag, lijkverbergen en vrijheidsberoving van het meisje Rowena.