ECLI:NL:RBZUT:2003:AF4974
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A.M. Smulders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst na aanvraag ontslagvergunning wegens bedrijfsbeëindiging
Werknemer, sinds 1972 in dienst als horlogemaker, verzoekt de ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst met toekenning van een vergoeding, nadat werkgever een ontslagvergunning heeft aangevraagd vanwege bedrijfsbeëindiging. Werkgever heeft het bedrijf wegens teruglopende resultaten en leeftijdseisen willen sluiten en heeft een beperkte afvloeiingsregeling aangeboden die werknemer afwees.
De kantonrechter stelt vast dat het dienstverband uiterlijk op 1 juli 2003 zal eindigen, maar dat dit op zichzelf geen reden is voor onmiddellijke ontbinding. Er zijn geen dringende of bijkomende omstandigheden die een eerdere beëindiging rechtvaardigen, en de arbeidsrelatie is niet duurzaam verstoord.
Werknemer richt zich feitelijk op een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, hetgeen via een aparte procedure beoordeeld moet worden. De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding af en bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst met vergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken dringende omstandigheden.