ECLI:NL:RBZUT:2003:AF5105
Rechtbank Zutphen
- Eerste en enige aanleg
- D.J. Buijs
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs discriminatie door winkelier met bordje over asielzoekers
De rechtbank Zutphen behandelde op 20 februari 2003 de zaak tegen de verdachte die ervan werd beschuldigd personen wegens hun ras te hebben gediscrimineerd door een bordje met de tekst 'Wij laten 1 asielzoeker per keer binnen' te plaatsen bij haar slijterij in Wapenveld. Het ten laste gelegde feit hield in dat zij personen van een bepaalde groep niet zou hebben toegelaten tot de winkel.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat daadwerkelijk personen wegens hun ras werden geweerd, wat een essentieel onderdeel van de tenlastelegging vormde. Wel werd erkend dat het ophangen van het bordje een vorm van indirecte discriminatie kan zijn, aangezien asielzoekers worden onderscheiden op basis van huidskleur, afkomst of etnische achtergrond, wat onder het begrip 'ras' valt.
De rechtbank benadrukte dat het enkele ophangen van een dergelijk bordje al discriminatoir gedrag kan zijn volgens artikel 429quater Sr, ook als er geen daadwerkelijke weigering van toegang heeft plaatsgevonden. De vrijspraak was derhalve technisch van aard, omdat het bewijs ontbrak voor het daadwerkelijke weren van personen. De rechtbank betreurde dat de overheid niet duidelijk had gemaakt dat het ophangen van dergelijke bordjes strafbaar kan zijn.
De zaak diende ook om de juridische grenzen van discriminatie te verkennen. De rechtbank verwierp het verweer dat het bordje gerechtvaardigd was vanwege winkeldiefstallen door asielzoekers en wees op eerdere jurisprudentie waarin discriminatie op grond van ras of afkomst werd veroordeeld. De uitspraak benadrukte dat een winkelier die overzicht wil houden in de winkel een niet-discriminerende maatregel moet treffen die voor alle klanten geldt.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij personen wegens ras de toegang tot haar winkel heeft geweigerd.