ECLI:NL:RBZUT:2003:AF5441
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting van vordering en cessie in faillissement Bouwbedrijf Snelder BV
Bouwbedrijf Snelder BV is op 8 juni 2000 failliet verklaard, waarbij de eiser als curator is aangesteld. De curator vordert betaling van een rekening-courant schuld van €27.286, vermeerderd met rente en kosten, van [gedaagde], directeur van de holding die enig aandeelhouder is van Snelder BV. De vordering is opgenomen in de jaarstukken van 1998.
[gedaagde] voert verweer dat de schuld is overgedragen door een cessieakte van 18 februari 2000 aan zijn beheermaatschappij, en dat de vordering tevens onderdeel uitmaakt van een koop- en verkoopovereenkomst van activa en passiva van 28 juli 2000. De curator betwist de geldigheid van de cessie en stelt dat de akte geantedateerd is en na faillissementsdatum is opgesteld.
De rechtbank oordeelt dat het vermoeden van een geantedateerde cessieakte gerechtvaardigd is, mede door het ontbreken van verwijzingen naar de cessie in eerdere correspondentie. De rechtbank staat [gedaagde] toe tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor, om de geldigheid van de cessie te bewijzen. Indien de cessie rechtsgeldig blijkt, kan de curator geen betaling van [gedaagde] meer vorderen.
De zaak wordt verwezen naar een enquêterol voor het regelen van getuigenverhoor en verdere procedure, met de mogelijkheid tot hoger beroep tegen dit vonnis.
Uitkomst: De rechtbank staat de gedaagde toe tegenbewijs te leveren tegen het vermoeden dat de cessieakte geantedateerd is, en verwijst de zaak naar de enquêterol.