ECLI:NL:RBZUT:2003:AF5948
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C. de Visser
- D. Vergunst
- J.A.M. Strens-Meulemeester
- Rechtspraak.nl
Arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen en dekking bij beëindiging dienstverband en voorlopige dekking pensioenverzekering
In deze civiele procedure vorderen Topficie en eiser dat Achmea hen in aanmerking brengt voor arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen krachtens een pensioenregeling en de bijbehorende uitkeringen toekent vanaf 5 januari 2000. Achmea heeft de aanvraag afgewezen met beroep op onder meer de WMK-clausule en het beëindigen van het dienstverband binnen één jaar na het ontstaan van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsovereenkomst op 30 december 1999 tot stand is gekomen en dat eiser op 5 januari 2000 arbeidsongeschikt is geworden. De deskundige bevestigt dat er geen voorzienbaar medisch verband bestaat tussen klachten in 1999 en de arbeidsongeschiktheid in 2000, waardoor de WMK-clausule niet van toepassing is. Verder is de voorlopige dekking van toepassing omdat eiser tijdig is aangemeld via Topficie.
Achmea's verweer dat de dekking vervalt door het beëindigen van het dienstverband wordt verworpen omdat het risico zich reeds had voltrokken. Ook de formele bezwaren over het niet voldoen aan bewijsverplichtingen en het niet bevorderen van revalidatie leiden tot toelating van tegenbewijs. De rechtbank houdt verdere beslissing aan om partijen gelegenheid te geven bewijs te leveren over de revalidatieverplichtingen.
Uitkomst: Achmea moet arbeidsongeschiktheidsuitkeringen toekennen, maar partijen krijgen gelegenheid tot tegenbewijs over revalidatieverplichtingen.