ECLI:NL:RBZUT:2003:AF6264
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij instorting fabriekshal door verstopping hemelwaterafvoer
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid centraal voor de schade die is ontstaan door de instorting van het dak van een fabriekshal, waarin Vredestein een bedrijf exploiteerde. De instorting vond plaats na een hevige regenbui met harde wind, waarbij wateraccumulatie op het dak ontstond door verstopping van de hemelwaterafvoeren. De schade werd vastgesteld op bijna ƒ 479.041, waarvan een deel door verzekeraars is vergoed.
Vredestein en haar verzekeraars stelden Holland Recreatie en Vastgoed hoofdelijk aansprakelijk op grond van artikel 6:174 BW Pro en de huurovereenkomst, stellende dat onderhoudsverplichtingen niet zijn nagekomen en dat er sprake was van een gebrekkige constructie of onderhoud. Holland Recreatie c.s. voerden verweer dat de instorting het gevolg was van uitzonderlijke weersomstandigheden en dat de onderhoudsverplichting op de huurder rustte volgens artikel 7A:1619 BW.
De rechtbank oordeelde dat de verstopping van de dakgoten vaststond en dat het onderhoud van de hemelwaterafvoeren volgens de huurovereenkomst en aanvullende correspondentie voor rekening van de huurder was. De aansprakelijkheid op grond van artikel 6:174 BW Pro werd toegeschreven aan Vastgoed als houder van de opstal, niet aan Holland Recreatie. Voor een definitieve oorzaak van de instorting en de mate van aansprakelijkheid werd een deskundigenonderzoek bevolen, waarbij de kosten gelijkelijk door partijen worden gedragen.
De procedure werd aangehouden tot nadere deskundigenrapportage en partijen kregen gelegenheid zich hierover uit te laten. De rechtbank wees hoger beroep op dit tussenvonnis af.
Uitkomst: De rechtbank beveelt een deskundigenonderzoek naar de oorzaak van de dakinstorting en houdt verdere beslissing aan.