ECLI:NL:RBZUT:2003:AF9103
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A.M. Smulders
- Rechtspraak.nl
Loonvordering en reïntegratieverplichtingen werkgever na gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
De werknemer, sinds 1998 in dienst bij Baak Metaal, viel in januari 2000 uit wegens rugklachten en kreeg een volledige Wao-uitkering. Per 2 november 2002 werd zijn arbeidsongeschiktheid door het UWV herzien naar 35-45%, waarna hij zich op 4 november 2002 beschikbaar stelde voor aangepast werk. De werkgever betwistte de daadwerkelijke bereidheid en stelde dat de werknemer niet had gespecificeerd welke beperkingen hij had.
Een bedrijfsarts en een arbeidsdeskundige concludeerden dat aangepast werk mogelijk was, maar de werknemer bleef aangeven niet in staat te zijn te werken. De werknemer vorderde loonbetaling over de periode van 2 november 2002 tot 27 maart 2003, stellende dat de werkgever haar reïntegratieverplichtingen niet was nagekomen.
De kantonrechter oordeelde dat voor toewijzing in kort geding aannemelijk moet zijn dat de vordering in de bodemprocedure zal slagen. Gezien het ontbreken van een expliciete en onvoorwaardelijke bereidverklaring van de werknemer en zijn betwisting van het arbeidskundig rapport, was onvoldoende bewijs geleverd. Daarom werd de loonvordering afgewezen en werd de werknemer veroordeeld tot betaling van de helft van de proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering van de werknemer wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van daadwerkelijke bereidheid tot aangepast werk.