ECLI:NL:RBZUT:2003:AF9108
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- Van Beuge
- Hemrica
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf voor feitelijke aanranding van verstandelijk gehandicapte vrouw
Op 10 februari 2003 heeft de verdachte in Apeldoorn ontuchtige handelingen gepleegd met een verstandelijk gehandicapte vrouw, waarbij hij haar onder dwang en bedreiging heeft gedwongen tot diverse seksuele handelingen. De rechtbank heeft het seksueel binnendringen niet bewezen verklaard en de verdachte daarvan vrijgesproken.
Wel is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte feitelijke aanranding van de eerbaarheid heeft gepleegd. De rechtbank achtte de ernst van de feiten en de kwetsbaarheid van het slachtoffer zwaarwegend en legde een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 180 dagen op, waarvan 142 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 100 uren.
Daarnaast is de verdachte veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €1.250 aan het slachtoffer, met een gelijktijdige verplichting tot betaling van hetzelfde bedrag aan de Staat. De rechtbank verklaarde de vordering tot verdere schadevergoeding niet-ontvankelijk wegens onvoldoende onderbouwing en de vrijspraak op het eerste ten laste gelegde feit.
De straf en maatregelen zijn opgelegd met het oog op het voorkomen van herhaling en het erkennen van de ernst van het gepleegde delict. De verdachte heeft ingestemd met de opgelegde taakstraf, die op een projectplaats van de Reclassering dient te worden uitgevoerd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 180 dagen gevangenisstraf waarvan 142 dagen voorwaardelijk, een werkstraf van 100 uren en betaling van €1.250 schadevergoeding aan het slachtoffer.