ECLI:NL:RBZUT:2003:AF9787
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. van Duyvendijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gedoogbesluit en bouwvergunning jachthondenkennel nabij landsgrens
Eiser verzocht om intrekking van een gedoogbeschikking voor de bouw van een jachthondenkennel nabij de landsgrens tussen Nederland en Duitsland. Verweerder handhaafde het gedoogbesluit ondanks bezwaar van eiser. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar niet-ontvankelijk was omdat inmiddels een reëel besluit was genomen.
De rechtbank beoordeelde vervolgens of het gedoogbesluit van 23 augustus 2001 bij het besluit van 17 mei 2002 gehandhaafd kon worden. De bouwvergunning was aangevraagd en de milieuvergunning verleend, maar later geschorst door de Raad van State. Verweerder had het gedoogbesluit genomen vanwege de nijpende situatie van de jachthonden en vertragingen door een epidemie.
De rechtbank stelde vast dat de aanhoudingsplicht van de bouwvergunning was geëindigd en dat geen ander beletsel bestond voor verlening van de bouwvergunning. De belangen van de jachthonden speelden mee. Daarom was het handhaven van het gedoogbesluit gerechtvaardigd. Het beroep tegen het besluit van 17 mei 2002 werd ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Beroep tegen niet tijdig besluit niet-ontvankelijk; beroep tegen handhaving gedoogbesluit ongegrond; verweerder veroordeeld in proceskosten.