ECLI:NL:RBZUT:2003:AH9200
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging eenhoofdig ouderlijk gezag naar vader op verzoek minderjarige
De minderjarige verzocht de rechtbank om het eenhoofdig ouderlijk gezag over hem toe te kennen aan zijn vader, vanwege ernstige problemen met zijn moeder die hem uit huis had gezet. Sinds medio april 2003 verblijft de minderjarige bij zijn vader en wil hij daar blijven wonen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van de minderjarige ontvankelijk is, ondanks dat het niet tijdens de echtscheidingsprocedure is gedaan, omdat artikel 1:251a BW een informele procedure biedt voor minderjarigen om over gezagsbeslissingen te laten oordelen. De vader had geen bezwaar tegen de wijziging en de moeder was niet verschenen, waardoor het verzoek onweerlegd bleef.
De rechtbank vond dat de gewijzigde woonomstandigheden een wijziging van het eenhoofdig gezag rechtvaardigen en besloot het gezag over de minderjarige toe te wijzen aan de vader. De beschikking werd uitgesproken op 2 juli 2003 door mr. R. Krijger.
Uitkomst: Het eenhoofdig gezag over de minderjarige wordt gewijzigd van de moeder naar de vader.