ECLI:NL:RBZUT:2003:AI0712
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vaststellingsovereenkomst wegens dwaling door verzwijgen alternatieve inkomstenbron
Op 17 maart 1995 werd eiser als bestuurder aangereden door een motorvoertuig verzekerd bij ZA. Eiser werkte toen in een familiehotel als kok en was mede-eigenaar. Tijdens onderhandelingen over schadevergoeding werd uitgegaan van compensatie voor verminderde inzetbaarheid in het hotel. Eiser werd bijgestaan door Bureau Pals en een arbeidsdeskundige stelde een rapport op met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 32,7%.
Ondanks plannen voor een tweede horecabedrijf, werd tijdens onderhandelingen niet gemeld dat eiser zijn werkzaamheden in het hotel had gestaakt en sinds 1 november 1999 een viswinkel exploiteerde. Deze informatie was relevant voor de verzekeraar om de schadevergoeding correct te bepalen. De vaststellingsovereenkomst werd op 24 mei 2000 gesloten met een slotuitkering van 220.000 gulden.
Later wees het GAK een WAZ-uitkering af omdat eiser met zijn viswinkel 97% van zijn maatloon kon verdienen. ZA stelde dat eiser relevante informatie had verzwegen en vorderde vernietiging van de overeenkomst en terugbetaling van het bedrag. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst in beginsel vernietigbaar is wegens dwaling, omdat eiser de alternatieve inkomstenbron niet had gemeld en ZA daardoor niet juist kon inschatten welke schade vergoed moest worden.
De rechtbank bepaalde dat partijen opnieuw moesten verschijnen voor een comparitie om de gevolgen van de vernietiging te bespreken en dat eiser bewijs moest overleggen van inkomsten uit de viswinkel. De zaak werd aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: De vaststellingsovereenkomst is in beginsel vernietigbaar wegens dwaling door verzwijging van alternatieve inkomstenbron.