ECLI:NL:RBZUT:2003:AM2817
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- Draisma
- Hemrica
- Rechtspraak.nl
Veroordeling advocaat voor medeplegen bedrieglijke bankbreuk en vrijspraak valsheid in geschrift
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen een advocaat die ervan werd verdacht zijn gefailleerde cliënt te hebben bijgestaan bij het buiten het zicht houden van inkomsten voor de faillissementscurator. De officier van justitie vorderde vervolging, maar de verdediging stelde niet-ontvankelijkheid in wegens overschrijding van de redelijke termijn en schending van het verschoningsrecht.
De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat de uitlevering van bankbescheiden aan het Openbaar Ministerie rechtmatig was, omdat de bank geen verschoningsgerechtigde derde is. Ook de telefoontaps en doorzoeking van het kantoor waren volgens de rechtbank rechtmatig uitgevoerd. De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde valselijk opmaken van een verkoopovereenkomst, omdat alle betrokkenen met de overeenkomst instemden.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte medepleegde aan bedrieglijke bankbreuk door inkomsten van zijn cliënt buiten de boedel te houden, wat ernstige gevolgen had voor de faillissementsafwikkeling en crediteuren. De rechtbank legde een gevangenisstraf van zes maanden op, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De vordering tot schadevergoeding van de curator werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, voor medeplegen van bedrieglijke bankbreuk.