ECLI:NL:RBZUT:2003:AO1930
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Apeldoorn
- Van Harreveld
- Van Lochem
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling met voorbedachten rade
Op 8 augustus 2003 heeft de verdachte samen met een mededader haar zoon wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd door hem vast te binden met zogenaamde tierips, op hem te zitten, zijn mond te tapen en een schort over zijn hoofd te plaatsen, waardoor hij niet kon ontsnappen. Daarnaast heeft zij subsidiair medeplegen van mishandeling met voorbedachten rade gepleegd door hem met kracht naar de grond te werken en vast te binden, hetgeen heeft geleid tot lichamelijk letsel en pijn.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het primair tenlastegelegde feit van opzet tot zwaar lichamelijk letsel niet wettig en overtuigend is bewezen en heeft verdachte daarvan vrijgesproken. Wel is bewezen verklaard dat zij medepleegde in de wederrechtelijke vrijheidsberoving en de subsidiaire mishandeling.
Verdachte voerde verminderd toerekeningsvatbaarheid aan wegens een vermoedelijke autistische stoornis en stelde psychische overmacht, maar deze verweren zijn door de rechtbank verworpen. De rechtbank achtte verdachte strafbaar, hoewel rekening werd gehouden met de moeilijke gezinssituatie en de problematiek van haar zoon met het Syndroom van Asperger.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan de uitvoering werd opgelegd voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een taakstraf van 50 uur opgelegd met een vervangende hechtenis van 25 dagen bij niet-naleving. Als bijzondere voorwaarde geldt dat verdachte zich moet houden aan aanwijzingen van de reclassering, inclusief medewerking aan psychologisch onderzoek en ambulante behandeling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een taakstraf van 50 uur wegens medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling.