ECLI:NL:RBZUT:2003:AO2633
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.M. van der Kallen
- G.W. Brands-Bottema
- R. Collenteur
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en levering woning uit nalatenschap na arrest Hof Arnhem
In deze civiele zaak tussen de dochters en de zoon over de verdeling van de nalatenschap van hun moeder, stond de vraag centraal of de woning tot de nalatenschap behoorde en hoe deze verdeeld moest worden. De dochters vorderden een verdeling van banktegoeden, inboedel en woning, waarbij de woning verkocht zou worden en de opbrengst gelijk verdeeld.
De zoon stelde zich op het standpunt dat hij eigenaar was van de woning op grond van een overeenkomst uit 1980 en vorderde levering zonder tegenprestatie. De rechtbank Zutphen oordeelde aanvankelijk dat de woning tot de nalatenschap behoorde en verwees de zaak voor verdere behandeling naar de rol.
Het Gerechtshof Arnhem vernietigde dit vonnis en stelde vast dat de woning aan de zoon geleverd moet worden zonder dat hij een tegenprestatie hoeft te leveren, waarbij de kosten van levering door de zoon gedragen moeten worden. Het hof compenseerde de proceskosten en wees verdere vorderingen af.
Na het arrest van het hof vroeg de zoon betaling van achterstallige huur en rente, maar de rechtbank oordeelde dat de zaak met het arrest van het hof was afgedaan en stond partijen niet toe opnieuw te pleiten. De zaak werd doorgehaald, waarmee een einde kwam aan de procedure.
Uitkomst: De rechtbank staat partijen niet toe te pleiten en haalt de zaak door omdat het arrest van het hof de zaak heeft afgedaan.