ECLI:NL:RBZUT:2003:AO4439
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.H. Westhuis
- Rechtspraak.nl
Nederlandse rechter onbevoegd tot faillissementsuitspraak bij buitenlandse woonplaats en geen vestiging
De Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid en andere stichtingen verzochten de rechtbank Zutphen om het faillissement uit te spreken van een persoon die voorheen een onderneming in Nederland had. De verweerder woonde inmiddels in Duitsland en had zijn Nederlandse onderneming uit het handelsregister laten uitschrijven.
De rechtbank stelde vast dat de verweerder geen kantoor of vestiging meer in Nederland had en dat zijn centrum van voornaamste belangen zich in Duitsland bevond. Op grond van artikel 3 lid 2 van Pro de Europese Insolventie Verordening is de Nederlandse rechter slechts bevoegd wanneer de schuldenaar een vestiging in Nederland heeft. Dit was niet het geval.
De stelling van de verzoekers dat de aanwezigheid van Nederlandse schuldeisers bevoegdheid zou geven, werd door de rechtbank verworpen omdat dit niet uit de Verordening of de Faillissementswet volgt. Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot faillietverklaring.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om het faillissement uit te spreken wegens het ontbreken van een Nederlandse vestiging en het centrum van belangen in Duitsland.