ECLI:NL:RBZUT:2004:AO2687

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
23 januari 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03-1227 BESLU
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 7:25 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:72 Awb
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klacht over hoogte notarisdeclaratie niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken namenscollega

In deze bestuursrechtelijke zaak betrof het een geschil over de hoogte van een declaratie van een notaris voor werkzaamheden aan statuten en een huishoudelijk reglement. Een derde-partij had verweerder verzocht de juistheid van de declaratie te beoordelen. Verweerder stelde de declaratie bij en wees het bezwaar van eiser tegen dit besluit af.

Eiser had namens zijn collega notaris een dossier met werkuren en tarieven aan de derde-partij gestuurd, maar maakte niet uitdrukkelijk bezwaar namens die collega. De rechtbank oordeelde dat verweerder het bezwaar van eiser had moeten verklaren als niet-ontvankelijk, omdat van een notaris verwacht mag worden dat hij duidelijk maakt namens wie hij optreedt bij het aanwenden van rechtsmiddelen.

De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het bezwaarschrift niet-ontvankelijk en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. Tevens werd benadrukt dat verweerder niet bevoegd is zelf een declaratie vast te stellen en dat de notaris verplicht is een duidelijke rekening op te maken volgens de Wet op het notarisambt.

Uitkomst: Het bezwaarschrift van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een uitdrukkelijke verklaring namens zijn collega notaris.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken
Reg.nr.: 03-1227 BESLU
PROCES-VERBAAL VAN MONDELINGE UITSPRAAK
in het geding tussen:
mr. [eiser], eiser,
en
de voorzitter van het bestuur van de Ring Zutphen van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, verweerder
Coöperatieve vereniging van samenwerkende verfgroothandelaren “Copaint” ua, te Apeldoorn, derde-partij, gemachtigde R. Dusseldorp.
1. Aanduiding bestreden besluit
Besluit van verweerder van 23 juli 2003.
2. Motivering
Bij brief van 30 december 2002 heeft de derde-partij verzocht om na te gaan of de declaratie voor het wijzigingen van statuten en een huishoudelijk reglement wel klopt.
Eiser heeft daarop op 6 februari 2003 aan de derde-partij een dossierstaat met werkuren en uurtarieven van drie kandidaat-notarissen en zijn collega notaris [collega] toegezonden en gesteld dat de declaratie juist is.
De derde-partij heeft verweerder daarop bij brief van 18 februari 2003 verzocht om een oordeel over de juistheid van de declaratie (€ 3.500,-- honorarium).
Op 25 april 2003 heeft verweerder beslist dat de declaratie niet in stand kan blijven en dat een declaratie van € 2.000,-- wel in stand zou kunnen blijven.
Bij brief van 5 juni 2003 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
Bij het bestreden besluit is het bezwaarschrift ongegrond verklaard.
Eiser is in beroep ontvankelijk, nu bij het bestreden besluit op zijn bezwaarschrift is beslist.
De beslissing van verweerder op een geschil over een declaratie is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen ingevolge die wet voor belanghebbenden in de zin van die wet de mogelijkheid van bezwaar en beroep open staat. (AbRS 23 april 2003 AB 2003 nr. 325, JB 2003148, LJN-nummer: AF7629 )
De beschikking is niet in administratief beroep gegeven omdat geen sprake is van het krachtens wettelijk voorschrift vragen van een voorziening overeenkomstig artikel 7:25 Awb Pro. Verweerder mist de bevoegdheid zelf een declaratie vast te stellen.
In aanmerking genomen dat uit niets blijkt dat de declaratie een declaratie van eiser is dient te worden beoordeeld of verweerder terecht heeft geoordeeld dat eisers belang rechtstreeks bij het besluit in primo is betrokken.
Eiser is coördinator van de vakgroep ondernemingsrecht notarieel van de vestiging Apeldoorn van, destijds de maatschap en inmiddels, de naamloze vennootschap [naam NV] advocaten en notarissen en controleert als zodanig uitgaande declaraties.
Ingevolge artikel 55, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) is de notaris verplicht om op verzoek van de cliënt een rekening van zijn honorarium voor ambtelijke werkzaamheden en de overige aan de zaak verbonden kosten op te maken, waaruit duidelijk blijkt op welke wijze het in rekening gebrachte bedrag is berekend.
De wet verstaat onder notaris – kort gezegd - de ambtenaar met de bevoegdheid om authentieke akten te verlijden in de gevallen waarin de wet dit aan hem opdraagt of een partij zulks van hem verlangt en andere in de wet aan hem opgedragen werkzaamheden te verrichten. Het gaat derhalve om een natuurlijke persoon die een ambt bekleedt en niet om een maatschap of een naamloze vennootschap waarbinnen personen werkzaam zijn.
Desgevraagd heeft eiser ter zitting gesteld dat indien de declaratie aan een notaris moet worden toegeschreven dit zijn collega [collega] is.
Het moet er dan ook voor worden gehouden dat eiser de brief van 6 februari 2003 namens zijn collega [collega] aan de derde-partij heeft gezonden.
Eiser heeft niet uitdrukkelijk namens [collega] bezwaar heeft gemaakt, terwijl van een notaris mag worden verwacht dat wanneer hij een rechtsmiddel namens een ander aanwendt hij daarvan doet blijken.
De rechtbank is van oordeel dat eisers belang slechts via een contractuele verhouding en derhalve slechts indirect bij het besluit in primo betrokken is.
Gelet op de artikelen 8:1, 7:1 en 1:2, eerste lid, van de Awb had verweerder het bezwaarschrift van eiser dan ook niet-ontvankelijk moeten verklaren.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb hetgeen verweerder had behoren te doen.
Niet is gebleken dat eiser proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
3. Beslissing
De rechtbank:
Verklaart het beroep gegrond;
Vernietigt het bestreden besluit;
Verklaart het bezwaarschrift niet-ontvankelijk;
Gelast dat de KNB het door eiser betaalde griffierecht (€ 116,--) vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan op 23 januari 2004.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.
Waarvan proces-verbaal,
A. Hommel mr. J.A. Lok
griffier rechter
Afschrift verzonden op: