ECLI:NL:RBZUT:2004:AO5360
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- De Bie
- Feunekes
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak dwingen tot prostitutie, veroordeling mishandeling ex-partner
De rechtbank Zutphen heeft op 10 februari 2004 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het dwingen tot prostitutie en mishandeling van zijn toenmalige vriendin.
De tenlastelegging omvatte twee hoofdpunten: het dwingen van het slachtoffer om seksuele handelingen te verrichten voor derden tegen betaling en het opzettelijk mishandelen van het slachtoffer, waaronder het uitdrukken van een sigaret op haar arm. Na beoordeling van het bewijs oordeelde de rechtbank dat het bewijs voor het dwingen tot prostitutie niet wettig en overtuigend was, waardoor verdachte daarvoor werd vrijgesproken.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte het slachtoffer meermalen mishandelde, onder meer door haar te slaan, te schoppen en een sigaret op haar arm uit te doven, wat letsel en pijn veroorzaakte. Verdachte werd hiervoor veroordeeld tot 120 dagen gevangenisstraf, waarvan 49 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank hield rekening met de ernst van het geweld en de psychische impact op het slachtoffer.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle overige ten laste gelegde feiten en bepaalde dat de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht op de opgelegde straf. Het vonnis werd gewezen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van dwingen tot prostitutie en veroordeeld tot 120 dagen gevangenisstraf voor meervoudige mishandeling, waarvan 49 dagen voorwaardelijk.