ECLI:NL:RBZUT:2004:AO5481
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hoorn
- Van Lookeren Campagne
- Bierbooms
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak groepleidster jeugdinrichting wegens gebrek aan wettig bewijs ontucht
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen een groepleidster van een jeugdinrichting die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen december 2002 en maart 2003. De tenlastelegging betrof onder meer seksueel binnendringen, strafbaar gesteld in artikel 245 Wetboek Pro van Strafrecht.
De officier van justitie en de verdediging vorderden beiden vrijspraak van het primair tenlastegelegde, omdat de omschreven handelingen niet voldeden aan de wettelijke bestanddelen van het strafbare feit. De rechtbank verklaarde het primair tenlastegelegde juridisch nietig vanwege inconsistentie in de dagvaarding.
Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde oordeelde de rechtbank dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte deze feiten had begaan. De verklaringen van het minderjarige slachtoffer waren weinig gedetailleerd en beïnvloed door de sfeer binnen de jeugdinrichting. Ook getuigenverklaringen waren niet direct op waarnemingen gebaseerd. Sms-berichten van verdachte aan het slachtoffer toonden geen bewijs van ontucht. Een intern onderzoek binnen de jeugdinrichting concludeerde bovendien dat geen grensoverschrijdend seksueel gedrag had plaatsgevonden.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het subsidiair tenlastegelegde en verklaarde de dagvaarding partieel nietig voor het primair tenlastegelegde. Verdachte mocht zelfs na beëindiging van haar contract tijdelijk werkzaamheden binnen de inrichting verrichten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontucht.