ECLI:NL:RBZUT:2004:AO6350
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C.M. Boon
- Rechtspraak.nl
Verdeling van activa, passiva en goodwill bij ontbinding van V.O.F. na beëindiging samenwerking
De rechtbank Zutphen behandelde een geschil over de verdeling van activa en passiva van een vennootschap onder firma (V.O.F.) waarin beide partijen ieder voor 50% gerechtigd waren tot de winst. De kern van het geschil betrof de waardering en verdeling van de goodwill die voortvloeit uit de gezamenlijke naamsbekendheid en ideeën van de V.O.F.
De rechtbank stelde vast dat de goodwill een meerwaarde vertegenwoordigt boven de som van de afzonderlijke vermogensbestanddelen. Voor de waardering van de goodwill werd uitgegaan van de gemiddelde winst over de jaren 1995 tot en met 1997, omdat in 1998 de winst na het uiteengaan van partijen uitsluitend door de man werd gerealiseerd. De rechtbank oordeelde dat 60% van deze gemiddelde winst een redelijke waardering voor de overdraagbare goodwill is, aangezien een deel van de naamsbekendheid en goodwill gebonden was aan de persoon van de man en daardoor niet overdraagbaar was.
De man had nagelaten zijn deel van een voorschot voor een deskundigenonderzoek te betalen, waardoor dit onderzoek niet kon plaatsvinden. Hierdoor werd het standpunt van de vrouw omtrent de waarde van de goodwill gevolgd, voor zover dit niet kennelijk ongegrond was. De rechtbank veroordeelde de man tot betaling van een bedrag van €69.802,91 aan de vrouw wegens overbedeling en bepaalde de wijze van verdeling van de overige activa en passiva van de V.O.F. De proceskosten werden gecompenseerd doordat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank stelt de verdeling van de V.O.F.-activa en passiva vast en veroordeelt de man tot betaling van €69.802,91 aan de vrouw wegens overbedeling.