ECLI:NL:RBZUT:2004:AO9303
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. van Duyvendijk
- Rechtspraak.nl
Intrekking bouwvergunning voor recreatiewoningen wegens vermeende niet-aanvang bouwwerkzaamheden
De zaak betreft een geschil over de intrekking van een bouwvergunning verleend aan De Kuijer Vastgoed BV voor 28 recreatiewoningen, waarvan 22 nog niet gerealiseerd waren. De gemeente Putten trok de vergunning gedeeltelijk in omdat zij meende dat niet tijdig met de bouwwerkzaamheden was begonnen, zoals voorgeschreven in de Bouwverordening.
Verzoeker had het perceel in 2001 overgenomen en voerde aan dat wel degelijk binnen de termijn was gestart met de bouw. De voorzieningenrechter oordeelde dat de bevoegdheid tot intrekking niet kan worden gebaseerd op het feit dat slechts een deel van de woningen was gestart, omdat het begin van de werkzaamheden kan liggen in de bouw van één woning. Verder was onvoldoende feitelijke onderbouwing aanwezig om te concluderen dat niet binnen 26 weken was begonnen of dat de werkzaamheden langer dan 26 weken hadden stilgelegen.
De voorzieningenrechter stelde ook vast dat de gemeente onvoldoende rekening had gehouden met de zienswijze van verzoeker dat binnen korte termijn zou worden gestart met een volgende bouwfase. Gezien het belang van verzoeker bij voortzetting van de bouw en het ontbreken van voldoende bewijs, werd het bestreden besluit geschorst en de gemeente veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bouwvergunning is geschorst wegens onvoldoende bewijs van niet-aanvang van de bouwwerkzaamheden.