ECLI:NL:RBZUT:2004:AP4643
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen verlaging wachtgeld na afschaffing VUT-wet
Eiser, voormalig ambtenaar, werd eervol ontslagen met een garantie op wachtgeld conform het Rijkswachtgeldbesluit van 1991 en zonder nadeel van de afschaffing van de VUT-wet per 1 april 1997. Verweerder stelde het wachtgeld vast op basis van afspraken met de centrales van overheidspersoneel, waarbij het netto wachtgeld gelijk moet blijven aan de netto VUT-uitkering waarop eiser aanspraak zou hebben gehad.
Na een herzieningsbesluit in 2002 werd het wachtgeldpercentage verlaagd van 78% naar 77% van de laatstgenoten bezoldiging, met terugvordering van te veel uitbetaalde bedragen. Eiser maakte bezwaar tegen deze verlaging, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was de percentages aan te passen om het netto bedrag gelijk te houden aan de VUT-uitkering.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet met concrete cijfers had aangetoond dat zijn netto wachtgeld lager was dan gegarandeerd. De vertraging in de uitvoering van de verlaging was geen reden om het besluit onrechtmatig te achten. De terugvordering van te veel ontvangen wachtgeld is gegrond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van het wachtgeld wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.