ECLI:NL:RBZUT:2004:AP6871
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering kapvergunning voor bomen bij appartementencomplex
Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Lochem, had aan eiseres onder voorwaarden een vergunning verleend voor het vellen van 16 bomen ten behoeve van de aanleg van een uitrit in verband met de bouw van een appartementencomplex. De vergunning werd verleend met de verplichting tot herbeplanting van 10 loofbomen.
Naar aanleiding van bezwaren van omwonenden werd de kapvergunning herroepen en de aanvraag opnieuw in behandeling genomen, met het oog op afstemming met de aanleg- en bouwvergunningen. Eiseres stelde dat deze coördinatie niet was voorgeschreven en dat de weigering van de kapvergunning onredelijk was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder een grote beleidsvrijheid heeft, maar dat weigering van de vergunning alleen mogelijk is op basis van limitatief genoemde belangen in de APV. De coördinatie van vergunningen is niet voorgeschreven en planologische aspecten horen niet bij de kapvergunningverlening te worden betrokken.
Daarom is het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens is verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de kapvergunning is vernietigd en verweerder is opgedragen een nieuw besluit te nemen.