ECLI:NL:RBZUT:2004:AP9155

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
2 juli 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
06-060474-03
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • De Bie
  • Van Harreveld
  • Tas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 SrArt. 14 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor zedendelicten met minderjarige in Lochem

De rechtbank Zutphen heeft op 2 juli 2004 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het plegen van meerdere zedendelicten met een minderjarige in de gemeente Lochem. De feiten betreffen handelingen van seksueel binnendringen en ontuchtige handelingen met een slachtoffer dat jonger was dan twaalf respectievelijk zestien jaar.

De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze feiten heeft gepleegd in de periode van mei 2002 tot juni 2003. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. De strafbaarheid van verdachte werd bevestigd, zonder dat sprake was van strafuitsluitingsgronden.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de impact op het slachtoffer en diens omgeving, alsmede de recidive van verdachte. De opgelegde straf bestaat uit een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast zijn bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder behandeling bij een forensische polikliniek en begeleiding door de reclassering.

De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de straf. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de rechters De Bie, Van Harreveld en Tas, waarbij Tas het vonnis niet mede kon ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Meervoudige kamer voor strafzaken
Parketnummer: [verdachte], 06-060474-03
Uitspraak d.d.: 2 juli 2004
tegenspraak / dip
VERKORT VONNIS
in de zaak tegen:
[voornamen] [verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [postcode] [woonplaats], [adres],
thans gedetineerd in de PI Arnhem, HvB Arnhem Noord "De Berg", Wilhelminastraat 16.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 juni 2004.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2002 tot
en met 31 mei 2002, althans in of omstreeks de periode van 1 mei 2002 tot en
met 30 juni 2003, in de gemeente Lochem, een of meermalen, met [slachtoffer]
([geboortedatum]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet
had bereikt, (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die
bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het
lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens)
- met zijn vinger(s) de vagina en/of de schaamlippen van die [slachtoffer] betast
en/of
- met zijn vinger(s) spuug en/of een (onbekende) substantie uit een potje
op/om/in/tussen de schaamlippen en/of vagina van die [slachtoffer] gedaan en/of
- met een vibrator over de vagina van [slachtoffer] gewreven en/of een vibrator tegen
de vagina van [slachtoffer] gedrukt/gehouden en/of
- zijn vinger(s) tussen de schaamlipppen en/of in de vagina van [slachtoffer]
gestopt/gebracht en/of
- een vibrator tussen de schaamlippen en/of in de vagina van [slachtoffer]
gestopt/gebracht;
art 244 Wetboek Pro van Strafrecht
2.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2002 tot
en met 31 mei 2002, althans in of omstreeks de periode van 1 mei 2002 tot en
met 30 juni 2003, in de gemeente Lochem, een of meermalen, met [slachtoffer]
([geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet
had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft
gepleegd, (telkens) bestaande uit
- het met een of meer vingers betasten van de vagina en/of de schaamlippen van
die [slachtoffer] en/of
- het wrijven en/of drukken met een vibrator over/tegen de vagina en/of de
schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het laten betasten van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer];
art 247 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
Taal- en/of schrijffouten
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten las-te gelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij in de periode van 1 mei 2002 tot en met 30 juni 2003, in de gemeente Lochem, eenmaal, met [slachtoffer] ([geboortedatum]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, telkens handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte telkens
- met zijn vingers)de vagina en de schaamlippen van die [slachtoffer] betast en
- met zijn vingers spuug en een onbekende substantie uit een potje
tussen de schaamlippen en vagina van die [slachtoffer] gedaan en
- met een vibrator over de vagina van [slachtoffer] gewreven en een vibrator tegen
de vagina van [slachtoffer] gehouden en
- zijn vingers tussen de schaamlippen en in de vagina van [slachtoffer] gebracht en
- een vibrator tussen de schaamlippen en in de vagina van [slachtoffer] gebracht;
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2002 tot en met 30 juni 2003, in de gemeente Lochem, eenmaal, met [slachtoffer] ([geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit
- het met de vingers betasten van de vagina en de schaamlippen van
die [slachtoffer] en
- het wrijven en drukken met een vibrator tegen de vagina en de
schaamlippen van die [slachtoffer] ;
Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezene levert op de misdrijven:
Ten aanzien van feit 1 - met iemand beneden de leeftijd van 12 jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam en
Ten aanzien van feit 2 – met iemand beneden de leeftijd van 16 jaren, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Oplegging van straf en/of maatregel
De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden
- dat naar de ervaring leert, delicten als de onderhavige veelal de oorzaak zijn van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij het jeugdige slachtoffer en/of haar verzorgers/familieleden
- dat door de delicten als de onderhavige een normale opgroei van de jeugdige ook overigens ernstig kan worden verstoord.
- de recidive van verdachte terzake van dit soort feiten.
De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarden stellen, dat verdachte een behandeling zal volgen bij de forensische poli- en dagkliniek De Tender in Deventer of andere soortgelijke instelling en dat verdachte zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, zolang deze instelling zulks nodig oordeelt.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 244 en 247 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
De rechtbank beslist als volgt.
Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.
Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, ook als die inhouden dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen bij de forensische poli- en dagkliniek De Tender in Deventer of andere soortgelijke instelling. De veroordeelde zal zich dan houden aan aanwijzingen die door of namens de leiding van De Tender of andere soortgelijke instelling zullen worden gegeven.
Geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.
Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
Aldus gewezen door mrs. De Bie, voorzitter, Van Harreveld en Tas, rechters, in tegenwoordigheid van Kok, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 juli 2004.
Mr. Tas is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.