ECLI:NL:RBZUT:2004:AQ1734
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vrijstelling bestemmingsplan en bouw- en monumentenvergunning Muldershuis
De zaak betreft een geschil tussen verzoeker, eigenaar van een horecagelegenheid, en het college van burgemeester en wethouders van Eibergen over de vrijstelling van het bestemmingsplan en de vergunningverlening voor het Muldershuis, een beschermd monument. De derde-partij had een bouwvergunning aangevraagd voor verbouwing en horecagebruik, waarvoor ook een monumentenvergunning nodig was. De gemeente verleende vrijstelling van het bestemmingsplan en de bouw- en monumentenvergunning werden geacht van rechtswege te zijn verleend vanwege het niet tijdig beslissen.
Verzoeker betoogde dat de horeca-activiteiten in het Muldershuis oneerlijke concurrentie opleveren en dat de besluitvorming beïnvloed zou zijn door belangenverstrengeling. De voorzieningenrechter overwoog dat de gemeente niet bevoegd is tot regulering van concurrentieverhoudingen en dat de gestelde belangenverstrengeling niet aannemelijk was. Ook werd vastgesteld dat de monumentenvergunning geacht werd van rechtswege te zijn verleend omdat de gemeente niet binnen zes maanden had beslist.
De rechtbank concludeerde dat de ruimtelijke onderbouwing van het project goed was en dat de vrijstelling rechtmatig was verleend. Er was geen sprake van onverwijlde spoed die schorsing van het besluit rechtvaardigde. Verzoekers bezwaar tegen de monumentenvergunning werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen rechtstreeks belang had. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vrijstelling en de van rechtswege verleende bouw- en monumentenvergunning is afgewezen.