ECLI:NL:RBZUT:2004:AQ5699
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeraar Achmea onterecht beroep op niet-melding risico bij brandverzekering
Op 4 april 2000 sloot eiser een inboedelgarantverzekering af bij Achmea voor zijn woning. In oktober 2002 ontstond brandschade, die door eiser werd gemeld. Achmea weigerde dekking op grond van artikel 251 Wetboek Pro van Koophandel wegens niet-melding van eerdere wanbetaling en schadeclaims bij andere verzekeraars.
De rechtbank onderzocht of Achmea als redelijk handelend verzekeraar de polis niet of onder andere voorwaarden zou hebben gesloten indien zij bekend was geweest met deze feiten. Uit het acceptatiebeleid van Achmea bleek dat wanbetaling niet automatisch tot afwijzing leidt en dat geringe schadeclaims niet als veelvuldig claimgedrag gelden.
Eiser stelde dat hij door ziekte (ADHD) niet bewust was van de niet-melding en dat hij zijn premie steeds heeft betaald. De rechtbank achtte aannemelijk dat Achmea ondanks de wanbetaling en schadeclaims de verzekeringsovereenkomst onder dezelfde voorwaarden had gesloten, mede omdat wanbetaling met automatische incasso had kunnen worden voorkomen.
De rechtbank wees het beroep van Achmea op artikel 251 WvK Pro af en veroordeelde Achmea tot betaling van de schadevergoeding minus reeds betaalde voorschotten. Tevens werden de vorderingen van Achmea in reconventie afgewezen en werd Achmea veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Achmea wordt veroordeeld tot betaling van €19.861,56 schadevergoeding aan eiser en afwijzing van haar eigen vorderingen.