ECLI:NL:RBZUT:2004:AR2213
Rechtbank Zutphen
- Raadkamer
- Elders
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak afgewezen behalve beperkte vergoeding
Verzoeker, vrijgesproken in een strafzaak, diende een verzoek in op grond van artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten rechtsbijstand, reiskosten en schade wegens tijdsverzuim van zijn vader. De raadsvrouwe probeerde de toevoeging om te zetten in een voorwaardelijke toevoeging, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet mogelijk is volgens het arrest van de Hoge Raad van 15 juni 2004 (LJN AO4098).
De rechtbank stelde vast dat de toevoeging niet was ingetrokken en dat de Staat niet als derde kan worden aangesproken voor kosten van rechtsbijstand. Het verzoek tot vergoeding van de volledige kosten van rechtsbijstand werd daarom afgewezen. Wel werd een vergoeding toegekend voor de kosten van indiening en mondelinge behandeling van het verzoek ex artikel 591a Sv en een beperkte vergoeding voor reiskosten gemaakt om de behandeling van de zaak bij te wonen.
Het verzoek om vergoeding van schade wegens tijdsverzuim van de vader werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank kende uiteindelijk een totale vergoeding toe van €565,65. De beslissing werd genomen door mr. Elders als fungerend voorzitter en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2004.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand grotendeels afgewezen, beperkte vergoeding van €565,65 toegekend.