ECLI:NL:RBZUT:2004:AR3826
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Hemrica
- Van Harreveld
- Tas
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voorhanden hebben mes bestemd tot moord op vader met deels voorwaardelijke gevangenisstraf
Op 29 juni 2004 had verdachte in Varsseveld een mes bij zich dat kennelijk bestemd was voor het plegen van moord op zijn vader. Tevens bedreigde hij zijn vader dreigend met dat mes en uitte hij woorden waarmee hij zijn vader wilde doden. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het mes ter voorbereiding van het misdrijf bij zich had.
Verdachte werd bij zijn aanhouding niet onrechtmatig behandeld, en het verweer van de verdediging dat de officier van justitie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard wegens onrechtmatigheid van de aanhouding werd verworpen. Een psychiatrisch rapport concludeerde dat verdachte leed aan een ziekelijke stoornis der geestvermogens, waardoor hij sterk verminderd toerekeningsvatbaar was, maar dit sluit strafbaarheid niet uit.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 162 dagen op, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tijdens deze proeftijd moet verdachte zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de relatie tussen verdachte en slachtoffer, en de verminderd toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Het in beslag genomen mes werd verbeurd verklaard.
De straf is mede bedoeld om herhaling te voorkomen en om medewerking aan begeleiding door de reclassering te bevorderen. De rechtbank sprak verdachte vrij van andere tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 162 dagen gevangenisstraf, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met reclasseringsvoorwaarde.