ECLI:NL:RBZUT:2004:AR5012

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
18 oktober 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
210814BR04-65
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.A.M. Smulders
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 6:22 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verbod handmatig vasthouden mobiele telefoon tijdens rijden

Appellant werd gesanctioneerd wegens het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 15 januari 2004 in Heelweg. Hij voerde in beroep aan dat hij de telefoon niet in de hand hield, maar tussen oor en schouder klemde. Dit verweer werd door de officier van justitie en later door de kantonrechter verworpen.

De Nota van Toelichting bij de wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 verduidelijkt dat ook het klemmen van de telefoon tussen oor en schouder onder het verbod valt. Appellant erkende dit ter zitting, maar bekritiseerde de motivering van het bestreden besluit omdat deze niet expliciet op zijn grief inging.

De kantonrechter oordeelde dat de motivering onvoldoende was en dat appellant daardoor onnodig in beroep en naar de zitting is gekomen. Daarom werd een proceskostenvergoeding voor reiskosten toegekend, terwijl het bestreden besluit in stand bleef. Het beroep werd ongegrond verklaard en de officier van justitie werd veroordeeld tot betaling van € 23,50 aan appellant.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar appellant ontvangt een proceskostenvergoeding van € 23,50.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Kanton, Locatie Terborg
Beslissing inzake wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
op het beroep van: [appellant], wonende te [adres], appellant.
CJIB-nr. : 68975585
KTG-nr. : 27/2004
Reg-nr. : 61723
Zitting d.d. : 4 oktober 2004
Het beroep is ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie te Zutphen, met bovenvermeld CJIB-nummer.
Gronden voor de beslissing:
Het beroep is tijdig ingesteld.
Aan appellant is bij initiële beschikking een sanctie opgelegd vanwege het als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden op 15 januari 2004 te Heelweg, gemeente Wisch.
Appellant heeft in zijn beroep bij de officier van justitie aangevoerd dat hij geen mobiele telefoon heeft vastgehouden, omdat hij zijn mobiele telefoon tussen zijn oor en schouder had geklemd.
Zijn beroep is afgewezen op grond van een algemene (standaard)overweging.
In zijn beroep op de kantonrechter heeft appellant vooreerst aangevoerd dat die motivering geen recht doet aan zijn beroepsgrond, nu daarop in het geheel niet is ingegaan. Voorts heeft hij zijn initiële grief herhaald.
Het materiele verweer van appellant snijdt geen hout. In de Nota van Toelichting, behorende bij het besluit van 4 februari 2002 tot wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (verbod handmatig telefoneren), is expliciet opgenomen dat onder ‘vasthouden’ tevens wordt verstaan het tussen oor en schouder geklemd houden.
Ter zitting geconfronteerd met deze Nota van Toelichting heeft appellant ruiterlijk zijn ongelijk erkend, maar wel (nogmaals) benadrukt dat de motivering van het bestreden besluit hiervan geen melding maakt en dat bij een betere motivering een beroep en een gang naar de zitting voorkomen had kunnen worden.
De kantonrechter is met appellant van oordeel dat de motivering van het bestreden besluit, in het licht van diens concrete en niet op voorhand ongegronde grief, onvoldoende draagkrachtig was. Nu voorts aannemelijk is dat appellant om die reden in beroep en naar de zitting is gekomen, is er plaats voor een proceskostenvergoeding voor wat betreft de reiskosten van appellant, terwijl met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb het bestreden besluit in stand blijft.
Er zijn termen de officier van justitie te veroordelen in de proceskosten van appellant.
Beslissing:
Het beroep wordt ongegrond verklaard.
De officier van justitie te Zutphen wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant, begroot op € 23,50 aan reiskosten, te betalen door de Staat der Nederlanden.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.A.M. Smulders en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 oktober 2004 in tegenwoor-digheid van de griffier.