ECLI:NL:RBZUT:2004:AR6685
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hoorn
- Van Lookeren Campagne
- Feunekes
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer en bezit van cocaïne zonder bewijs van criminele organisatie
De rechtbank Zutphen heeft op 29 november 2004 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die werd verdacht van het invoeren, bezitten en medeplegen van cocaïnehandel in Nederland. De tenlastelegging betrof meerdere feiten van invoer en bezit van cocaïne in de periode van juli 2002 tot januari 2004, alsmede deelname aan een criminele organisatie.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs voldoende was voor de feiten van invoer en bezit van cocaïne, waarbij de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het binnenbrengen van circa 450 gram cocaïne en het in bezit hebben van bolletjes cocaïne. De rechtbank verwierp het verweer dat de dagvaarding nietig zou zijn wegens onvoldoende feitelijke omschrijving.
Echter, de rechtbank sprak de verdachte vrij van deelname aan een criminele organisatie omdat niet wettig en overtuigend was vastgesteld dat een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband bestond met gemeenschappelijke regels en doelstellingen. De aanwijzingen in het dossier waren onvoldoende concreet en specifiek om het bestaan van een organisatie te bewijzen.
De strafmaat werd bepaald op een gevangenisstraf van 365 dagen, waarvan 63 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een bijzondere voorwaarde opgelegd dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar aanwijzingen van de reclassering. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 365 dagen gevangenisstraf, waarvan 63 dagen voorwaardelijk, en vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie.