ECLI:NL:RBZUT:2004:AR7036
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Vergunst
- E.A.M. van der Kallen
- Th.C.M. Willemse
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat wegens niet tijdig aanhangig maken procedure bij scheidsgerecht over aanvulling WAO-uitkering
De zaak betreft een geschil tussen [eiser] en haar voormalige werkgever ABN AMRO bank over de aanvulling van haar WAO-uitkering op grond van de CAO voor het bankbedrijf. [eiser] vorderde aanvulling van haar WAO-uitkering tot 70% van het laatstverdiende inkomen, mede gebaseerd op artikel 13 van Pro de CAO.
De procedure startte bij de kantonrechter, die zich onbevoegd verklaarde vanwege de exclusieve bevoegdheid van het Scheidsgerecht voor het Bankbedrijf bij CAO-geschillen. [eiser] verzocht vervolgens het Scheidsgerecht om een uitspraak, maar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.
De rechtbank beoordeelde of de advocaat van [eiser], [gedaagde], tekort was geschoten door niet tijdig een procedure bij het Scheidsgerecht aan te spannen. Gezien de onduidelijkheid over de toepasselijkheid van artikel 13 § 4 lid 2 van de CAO in de relevante periode, was het niet voorspelbaar dat een procedure kansloos zou zijn. De advocaat had daarom tijdig een verzoek bij het Scheidsgerecht moeten indienen.
De rechtbank concludeerde dat [gedaagde] niet met de vereiste zorgvuldigheid had gehandeld en aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade. De omvang van de schade moet nog nader worden vastgesteld in een schadestaatprocedure.
De beslissing werd aangehouden voor nadere conclusies over de omvang van de schade en eventuele verweren van [gedaagde].
Uitkomst: De advocaat is aansprakelijk wegens niet tijdig aanhangig maken van de procedure bij het Scheidsgerecht, waardoor de cliënt schade leed.