ECLI:NL:RBZUT:2005:AS6120
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C.M. Boon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vermeerdering van eis en verdeling huwelijksgoederengemeenschap
In deze civiele procedure tussen voormalige echtelieden heeft de vrouw haar eis vermeerderd met aanvullende vorderingen, waaronder verstrekking van jaarstukken en het stellen van een bankgarantie. De man heeft verweer gevoerd dat het oordeel over de goodwill reeds vaststaat in een tussenvonnis en dat verdere beoordeling strijdig is met de goede procesorde.
De rechtbank oordeelt dat de eisvermeerdering in een laat stadium is ingediend en niet past binnen het procesrecht, waardoor deze buiten beschouwing wordt gelaten. Vervolgens beoordeelt de rechtbank de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waarbij onder meer de waarde van onroerende zaken, polissen, en goodwill wordt vastgesteld op basis van overgelegde stukken en schattingen.
De rechtbank corrigeert tevens een eerdere fout in de berekening van door de man betaalde rekeningen ten behoeve van de vrouw en bepaalt dat de man aan de vrouw een bedrag van €27.215,66 dient te betalen wegens overbedeling. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vermeerdering van eis wordt afgewezen en de huwelijksgoederengemeenschap wordt verdeeld met een betaling van €27.215,66 door de man aan de vrouw wegens overbedeling.