ECLI:NL:RBZUT:2005:AT3290
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A. Lok
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling loonsanctie bij WAO-uitkering en reïntegratieverplichtingen werkgever
Eiser vroeg op 4 maart 2003 een WAO-uitkering aan, waarbij ook een reintegratieverslag werd ingediend. De arbeidsdeskundige constateerde grove nalatigheid van de werkgever en adviseerde een loonsanctie van vier maanden. De Landelijke loonsanctiecommissie wees dit af vanwege het ontbreken van duurzaam benutbare mogelijkheden per einde wachttijd. Verweerder kende de WAO-uitkering toe zonder loonsanctie, wat eiser betwistte.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag van een WAO-uitkering tevens een aanvraag om een loonsanctie inhoudt indien de werkgever onvoldoende reïntegratieverplichtingen nakomt. Het niet opleggen van een loonsanctie is een impliciete afwijzing hiervan en vormt een beschikking. De loonsanctie heeft een reparatoir karakter en kan niet met terugwerkende kracht worden opgelegd als er geen uitzicht is op reïntegratie.
Gezien het oordeel van verzekeringsartsen dat er geen duurzaam benutbare mogelijkheden waren, achtte de rechtbank het niet opleggen van een loonsanctie in overeenstemming met de wet. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit bleven in stand. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit blijven in stand.