ECLI:NL:RBZUT:2005:AT3839

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
8 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
06/922017-04
Instantie
Rechtbank Zutphen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Hemrica
  • Elders
  • Van de Wetering
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 4 Wet op de GeneesmiddelenvoorzieningArt. 48 SrArt. 337 lid 1 SrArt. 337 lid 3 SrArt. 52 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van rechtsvervolging wegens uitgesloten strafbaarheid medeplichtigheid aan overtreding ongeregistreerde Fiagrapillen

De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplichtigheid aan het bereiden, verkopen en in voorraad hebben van ongeveer 200.000 ongeregistreerde farmaceutische specialités, zogenaamde Fiagrapillen, die het uiterlijk hebben van Viagrapillen en sildanafil bevatten.

De tenlastelegging omvatte primair het medeplegen van deze feiten en subsidiair medeplichtigheid aan misdrijven op grond van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening en het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte daarvan vrij. Tevens werd het subsidiair ten laste gelegde onder 2 nietig verklaard wegens onduidelijkheid in de dagvaarding.

Wel werd bewezen verklaard dat verdachte opzettelijk behulpzaam was geweest bij de verkoop en voorraad van de ongeregistreerde Fiagrapillen. Dit subsidiair bewezen feit betrof echter een overtreding, en omdat de strafbaarheid van medeplichtigheid aan een overtreding is uitgesloten, werd verdachte voor dit feit ontslagen van alle rechtsvervolging.

De rechtbank baseerde haar beslissing op diverse wetsartikelen waaronder artikelen uit het Wetboek van Strafrecht, de Wet op de economische delicten en de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de rechters Hemrica, Elders en Van de Wetering op 8 april 2005.

Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens uitgesloten strafbaarheid van medeplichtigheid aan overtreding.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Meervoudige kamer voor strafzaken
Parketnummer: 06/922017-04
Uitspraak d.d.: 8 april 2005
Verstek / onip
VERKORT VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 maart 2005.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij in de periode van 1 januari 2003 tot en met 11 september 2003 te Zutphen en/of te Warnsveld, althans in het arrondissement Zutphen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ongeregistreerde farmaceutische specialités en/of ongeregistreerde farmaceutische preparaten, te weten ongeveer 200.000, in elk geval een (groot) aantal "Fiagra"pillen, pillen die het uiterlijk hebben van de zgn. Viagrapillen en als werkzame stof sildanafil bevatten, heeft bereid en/of
heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft verhandeld en/of ter aflevering in voorraad heeft gehad;
(Artikel 3 lid 4 onder Pro a en b van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening)
art 3 lid 4 ahf Pro/ond b Wet op de Geneesmiddelenvoorziening
ALTHANS, dat
een of meer derde(n) in de periode van 1 januari 2003 tot en met 11 september 2003 te Zutphen en/of te Warnsveld, althans in het arrondissement Zutphen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ongeregistreerde farmaceutische specialités en/of ongeregistreerde farmaceutische preparaten, te weten ongeveer 200.000, in elk geval een (groot) aantal "Fiagra"pillen, pillen die het uiterlijk hebben van de zgn. Viagrapillen en als werkzame stof sildanafil bevatten, heeft/hebben bereid en/of heeft/hebben verkocht en/of heeft/hebben afgeleverd en/of
heeft/hebben verhandeld en/of ter aflevering in voorraad heeft/hebben gehad,
bij welke misdrijf/misdrijven hij, verdachte in de periode van 1 januari 2003 tot en met 11 september 2003 te Zutphen en/of te Warnsveld, althans in het arrondissement Zutphen, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk behulpzaam geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen, inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van dit/deze misdrijf (ven) door informatie in te winnen over de
mogelijkheden van handel in (imitatie) Viagrapillen en/of contact gelegd met verpakkers/ompakkers van medicijnen ("blisteren") en /of drukwerk heeft verzorgd.(bijsluiters en doosjes);
Artikel 3 lid 4 onder Pro a en b van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening
Artikel 48 wetboek Pro van Strafrecht
art 3 lid 4 ahf Pro/ond a Wet op de Geneesmiddelenvoorziening
2.
hij in de periode van 1 januari 2003 tot en met 11 september 2003 te Zutphen en/of te Warnsveld, althans in het arrondissement Zutphen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk valse en/of vervalste of wederrechtelijk vervaardigde waren, te weten (delen van) ongeveer 200.000, in elk geval een grote partij, vervalste/nagemaakte Viagra-pillen, in elk geval sterk op Viagra-pillen
gelijkende pillen, heeft verkocht en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd, terwijl zij van het plegen van dit misdrijf zijn beroep heeft gemaakt en/of als bedrijf heeft uitgeoefend;
(art. 337 lid 1 jo Pro lid 3 wetboek van Strafrecht)
art 337 lid 1 ahf Pro/ond a Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
een of meer derde(n) in de periode van 1 januari 2003 tot en met 11 september 2003 te Zutphen en/of te Warnsveld, althans in het arrondissement Zutphen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk valse en/of vervalste of wederrechtelijk vervaardigde waren, te weten (delen van) ongeveer 200.000, in elk geval een grote partij, vervalste/nagemaakte Viagra-pillen, in elk geval sterk op Viagra-pillen gelijkende pillen, heeft verkocht en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd, terwijl hij van het plegen van dit misdrijf zijn beroep heeft gemaakt en/of als bedrijf heeft uitgeoefend;
bij welke misdrijf/misdrijven hij, verdachte in de periode van 1 januari 2003 tot en met 11 september 2003 te Zutphen en/of te Warnsveld, althans in het arrondissement Zutphen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk behulpzaam geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen, inlichtingen heeft verschaft tot het plagen van dit/deze misdrijf (ven) door informatie in te winnen over de mogelijkheden van handel in (imitatie) Viagra-pillen en/of contact gelegd met verpakkers/ompakkers van medicijnen ("blisteren") en/of drukwerk heeft verzorgd (bijsluiters en doosjes);
art. 337 lid 1 jo Pro lid 3 wetboek van Strafrecht
art. 48 wetboek Pro van Strafrecht
art 337 lid 3 Wetboek Pro van Strafrecht
Taal- en/of schrijffouten
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, aangezien de rechtbank van oordeel is dat het karakter van verdachtes handelen niet als medeplegen kan worden aangemerkt.
De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.
Nietigheid van de dagvaarding
De officier van justitie heeft beoogd als feit 2 subsidiair ten laste te leggen medeplichtigheid aan een misdrijf vermeld in artikel 337, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Het in de tenlastelegging vermelde kwalificatieve deel van de delictsbeschrijving “valse, vervalste of wederrechtelijke” duidt op het in het eerste lid onder a van dat artikel genoemde misdrijf, maar het daarna vermelde “waren” duidt op één van de misdrijven, genoemd in het eerste lid onder b tot en met e van dat artikel. De inhoud van de dagvaarding is niet duidelijk. Ook uit de uitwerking die daarna in de tenlastelegging volgt, welke naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende feitelijk is, blijkt onvoldoende op welk onderdeel van dat artikel de officier van justitie het oog heeft gehad.
De tenlastelegging voldoet ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde, nu dit onbegrijpelijk is, derhalve niet aan de eisen van artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering en zal daarom voor wat betreft dat deel nietig worden verklaard.
Bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
derden in de periode van 1 januari 2003 tot en met 11 september 2003 te Zutphen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, ongeregistreerde farmaceutische specialités, te weten ongeveer 200.000 "Fiagra"pillen, pillen die het uiterlijk hebben van Viagrapillen en als werkzame stof sildanafil bevatten, hebben verkocht en ter aflevering in voorraad hebben gehad,
bij welke feit hij, verdachte in de periode van 1 januari 2003 tot en met 11 september 2003 in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk behulpzaam is geweest en middelen en inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van dit feit door contact te leggen met verpakkers/ompakkers van medicijnen ("blisteren") en drukwerk heeft verzorgd (bijsluiters en doosjes).
Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.
Geen strafbaar feit
Het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde levert geen strafbaar feit op nu het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde gronddelict een overtreding betreft en de strafbaarheid van medeplichtigheid aan een overtreding is uitgesloten.
De verdachte moet wat dat betreft dan ook worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Deze beslissing is gegrond op de artikelen:
- 48, 52 en 91 van het Wetboek van Strafrecht;
- 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;
- 3 van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening.
BESLISSING
De rechtbank beslist als volgt.
Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart de dagvaarding nietig wat betreft het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit.
Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte voor dit feit van alle rechtsvervolging.
Aldus gewezen door mrs. Hemrica, voorzitter, Elders en Van de Wetering, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 april 2005.