ECLI:NL:RBZUT:2005:AT5324
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. van Duyvendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid inspecteur tot opleggen waarnemingsbevel huisarts
De zaak betreft een geschil tussen een huisarts en de Inspecteur-Generaal voor de Gezondheidszorg over het opleggen van een bevel tot het treffen van een adequate waarnemingsregeling voor continuïteit van zorg. De huisarts had de overeenkomst met de huisartsenpost opgezegd, waarna de inspecteur meerdere bevelen gaf om alsnog een adequate regeling te treffen.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur zich terecht op het standpunt stelde dat een adequate waarnemingsregeling onderdeel is van verantwoorde zorg zoals bedoeld in artikel 40, eerste lid, Wet BIG. De inspecteur was bevoegd op grond van artikel 87a Wet BIG om een schriftelijk bevel te geven toen de huisarts niet voldeed aan deze verplichting.
De rechtbank verwerpt de stellingen van de huisarts dat het bevel onredelijk of onevenredig bezwarend was en dat hij niet verantwoordelijk zou zijn voor continuïteit van zorg. Ook het feit dat de huisarts later alsnog een overeenkomst sloot en de inspecteur daar niet van op de hoogte was, leidt niet tot vernietiging van het besluit.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de huisarts tegen het bevel tot het treffen van een adequate waarnemingsregeling wordt ongegrond verklaard.