ECLI:NL:RBZUT:2005:AT6320
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hoorn
- Van der Hooft
- Hemrica
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding voor voorlopige hechtenis in hennepkwekerijzaak ondanks media-aandacht
Tegen verzoekster werd een gerechtelijk vooronderzoek ingesteld wegens overtreding van artikel 285b Sr, waarbij een hennepkwekerij in haar woning werd aangetroffen. Zij werd van 30 juli tot en met 4 augustus 2004 in verzekering gesteld. Later werd zij veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet met een werkstraf, waarbij de dagen in verzekeringstelling in mindering werden gebracht. De vervolging wegens artikel 285b Sr werd geseponeerd wegens onvoldoende bewijs.
Verzoekster vroeg een immateriële schadevergoeding van €3000 voor de periode van voorlopige hechtenis, mede vanwege de negatieve media-aandacht als vermeende “wreekster van Zuuk”. De officier van justitie betwistte ontvankelijkheid en stelde dat geen schadevergoeding toegekend kon worden omdat de zaak niet zonder straf eindigde.
De rechtbank oordeelde dat de feiten onder één parketnummer vielen en dat de zaak niet zonder oplegging van straf eindigde. Hierdoor was toekenning van schadevergoeding op grond van artikel 89 Sv Pro uitgesloten. Wel werd op grond van billijkheid een vergoeding toegekend voor het indienen van de verzoekschriften. Het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis wordt afgewezen omdat de zaak niet zonder oplegging van straf eindigde.