ECLI:NL:RBZUT:2005:AU0443

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
2 augustus 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
71711 JERK 05/533
Instantie
Rechtbank Zutphen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:261 lid 5 BWArt. 16 lid 4 Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing machtiging uithuisplaatsing minderjarige in justitiële jeugdinrichting zonder vermelding beveiligingsniveau

De stichting verzocht op grond van artikel 1:261 lid 5 BW Pro om een machtiging voor uithuisplaatsing van een minderjarige in een justitiële jeugdinrichting (JJI) voor de duur van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter had eerder op 27 juni 2005 toestemming verleend voor plaatsing in een JJI met de toevoeging 'beperkt beveiligd' en een locatie, maar deze toevoegingen werden door de selectiefunctionaris geweigerd vanwege interne instructies.

De gezinsvoogdijwerker verzocht daarom om correctie van de beschikking zodat deze toevoegingen zouden worden geschrapt. De minderjarige en zijn moeder hadden geen verweer tegen de plaatsing, hoewel de advocaat van de minderjarige een kortere machtigingsduur en een open setting als alternatief voorstelde.

De rechtbank besloot het verzoek alsnog toe te wijzen, maar liet de aanduiding 'beperkt beveiligd' en de locatie uit het dictum weg om uitvoering door de selectiefunctionaris mogelijk te maken. De machtiging geldt tot het einde van de ondertoezichtstelling op 27 juni 2006 en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De rechtbank benadrukte dat bij onverhoopte niet-plaatsing een nieuw verzoek kan worden ingediend.

Uitkomst: De rechtbank machtigt de stichting de minderjarige uit huis te plaatsen in een justitiële jeugdinrichting zonder vermelding van beveiligingsniveau, tot het einde van de ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Civiel
Afdeling Familie
ONDERTOEZICHTSTELLING EN UITHUISPLAATSING
Zaaknummer: 71711 JERK 05/533
Beschikking : 2 augustus 2005
Beslissing op het verzoek van:
de stichting: [naam stichting],
gevestigd te: [plaats],
adres: [adres],
inzake
de minderjarige:
advocaat: mr. J.H.J. Evers,
en
de moeder (ouderlijk gezag):
en
de vader: overleden.
Het verloop van de procedure
Dit verloop blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingekomen op 28 juli 2005;
- de brief met bijlagen van de stichting, ingekomen 1 augustus;
- de brief van mr. Evers, ingekomen 1 augustus 2005.
Het verzoek
De Stichting verzoekt ter effectuering van het bijgevoegde indicatiebesluit, op grond van artikel 1: 261 lid 5 BW een machtiging uithuisplaatsing gedurende dag en nacht te verlenen voor plaatsing van de minderjarige in een Justitiële Jeugdinrichting voor de duur van de ondertoezichtstelling en de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De vaststaande feiten
Krachtens de beschikking van de kinderrechter te Zutphen van 27 juni 2005 staat de minderjarige onder toezicht van voormelde stichting tot 27 juni 2006.
Krachtens de beschikking van de kinderrechter te Zutphen van 27 juni 2005 is toestemming verleend de minderjarige uithuis te plaatsen in een justitiële jeugdinrichting beperkt beveiligd ([plaats]) tot 27 juni 2006.
Het standpunt van en namens de minderjarige
De minderjarige voert blijkens de akkoordverklaring van 27 juli 2005 nog steeds geen verweer tegen het verzoek tot plaatsing in een JJI.
Mr. Evers refereert zich aan het oordeel van de kinderrechter, maar verzoekt wel de machtiging voor een kortere periode af te geven, omdat hij zich afvraagt of een uithuisplaatsing in een reguliere open setting niet eveneens tot de mogelijkheden zou behoren. Omdat een plaatsing in een JJI ook betekent dat de minderjarige kortdurend gesloten geplaatst kan worden, lijkt hem deze laatste optie meer, dan nodig is voor de opvoeding en ontwikkeling van de minderjarige.
Het standpunt van de moeder
De moeder voert blijkens de akkoordverklaring nog steeds geen verweer tegen het verzoek tot plaatsing in een JJI.
De beoordeling
Bij brief d.d. 27 juni 2005 heeft de gezinsvoogdijwerker de kinderrechter verzocht om de beschikking van 27 juni 2005 in die zin te corrigeren dat in het dictum de toevoegingen ‘beperkt beveiligd’ en ‘[plaats]’ geschrapt zouden worden, aangezien ‘Den Haag’ (rb.: bedoeld zal zijn de selectiefunctionaris, artikel 16 lid 4 Beginselenwet Pro justitiële jeugdinrichtingen) beschikkingen met dergelijke toevoegingen niet meer in behandeling wil nemen.
Nu in verband met vakantie van de betreffende juridische dienst, welke de selectiefunctionaris heeft geïnstrueerd om beschikkingen niet meer te accepteren met in het dictum een verwijzing naar de mate van beveiliging van de inrichting, een patstelling is ontstaan, heeft de kinderrechter een nieuw verzoek en nieuwe behandeling geraden geacht.
De ratio van de verordineerde weglating in het dictum zou zijn, dat de directeur van de inrichting een minderjarige onder dezelfde machtiging en na toestemming van de gezinsvoogdijwerker, ter correctie gesloten kan plaatsen.
De kinderrechter laat vooralsnog uitdrukkelijk in het midden of een dergelijke uitvoering van een machtiging waaraan een indicatiebesluit ten grondslag ligt met als zorgvorm JJI beperkt beveiligd, onrechtmatig is.
Om de concrete hulpverlening aan de minderjarige niet onnodig te vertragen, zal de kinderrechter het verzoek nogmaals toewijzen, waarbij zij in het dictum de eerder gedane toevoeging ‘beperkt beveiligd’ en ‘[plaats]’ zal weglaten. Gelet op de instemming van de moeder en minderjarige welke gebaseerd is op hun positieve ervaringen met het gevolgde dagtrainingsprogramma van ‘[naam instelling]’ te [plaats], zal het verzoek voor de gehele periode van de ondertoezichtstelling worden toegewezen. De bedoeling is dat de minderjarige het programma Scholing & Training zal volgen in de JJI ‘[naam instelling]’ te [plaats]. De kinderrechter acht het in het belang van de minderjarige dat hij het daar te volgen scholingsprogramma kan afmaken zonder dat daar onzekerheid over bestaat. Gelet op deze bijzondere situatie acht de kinderrechter het geraden dat wanneer de minderjarige onverhoopt niet geplaatst zou kunnen worden in [plaats], de gezinsvoogdijwerker een nieuw verzoek met betrekking tot de uithuisplaatsing zal indienen.
De beslissing
De kinderrechter:
machtigt de stichting de minderjarige uit huis te plaatsen in een Justitiële Jeugdinrichting tot uiterlijk 27 juni 2006 (einde ondertoezichtstelling);
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.W. Brands-Bottema en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 augustus 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.