ECLI:NL:RBZUT:2005:AU2276
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Harreveld
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van ontuchtige handelingen door leraar basisschool Lochem
De verdachte, een onderwijzer aan een basisschool in Lochem, werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige leerling gedurende de periode van augustus tot december 2003. De tenlastelegging omvatte onder meer het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer, het kussen op de mond, en het betasten van de buik- en borststreek.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat hoewel de verklaringen van het slachtoffer en de verdachte deels overeenstemmen, zij op wezenlijke punten tegenstrijdig zijn. Het overige bewijsmateriaal bestond voornamelijk uit verklaringen die terug te voeren zijn op het slachtoffer zelf of betrekking hadden op andere, deels betwiste, aangelegenheden die niet direct verband hielden met het tenlastegelegde.
De politierechter oordeelde dat deze omstandigheden het zicht op de ware toedracht zodanig bemoeilijkten dat de noodzakelijke overtuiging voor een bewezenverklaring ontbrak. Daarom werd de verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. Het vonnis werd uitgesproken op 8 september 2005 door politierechter Van Harreveld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen.