ECLI:NL:RBZUT:2005:AU2276

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
8 september 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
06/801197-05
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Van Harreveld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 244 Wetboek van StrafrechtArt. 245 Wetboek van StrafrechtArt. 249 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 249 lid 2 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van ontuchtige handelingen door leraar basisschool Lochem

De verdachte, een onderwijzer aan een basisschool in Lochem, werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige leerling gedurende de periode van augustus tot december 2003. De tenlastelegging omvatte onder meer het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer, het kussen op de mond, en het betasten van de buik- en borststreek.

Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat hoewel de verklaringen van het slachtoffer en de verdachte deels overeenstemmen, zij op wezenlijke punten tegenstrijdig zijn. Het overige bewijsmateriaal bestond voornamelijk uit verklaringen die terug te voeren zijn op het slachtoffer zelf of betrekking hadden op andere, deels betwiste, aangelegenheden die niet direct verband hielden met het tenlastegelegde.

De politierechter oordeelde dat deze omstandigheden het zicht op de ware toedracht zodanig bemoeilijkten dat de noodzakelijke overtuiging voor een bewezenverklaring ontbrak. Daarom werd de verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. Het vonnis werd uitgesproken op 8 september 2005 door politierechter Van Harreveld.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
politierechter
Parketnummer: 06/801197-05
Uitspraak d.d.: 8 september 2005
Tegenspraak / DIP
VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [plaats] op [geboortedatum],
wonende te [postcode plaats], [adres]
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
6 september 2005.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 augustus 2003
tot en met 19 november 2003 in de gemeente Lochem en/of elders in Nederland,
met [slachtoffer] (geboren op [datum]), die
toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, (telkens) een of meer
handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede
bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],
hebbende verdachte (telkens) opzettelijk
- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gestoken/gebracht en/of
- die [slachtoffer] op haar mond gekust en/of
- de buikstreek en/of de borst(en) van die [slachtoffer] betast en/of gestreeld en/of
- zich door die [slachtoffer] op zijn mond laten kussen;
art 244 Wetboek Pro van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 augustus
2003 tot en met 19 november 2003 in de gemeente Lochem en/of elders in
Nederland,(telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of
opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer] [slachtoffer] (geboren op [datum]),
immers heeft hij, verdachte, - als onderwijzer van Basisschool [naam]
waar die [slachtoffer] toen leerling was - (telkens) opzettelijk
- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gestoken/gebracht en/of
- die [slachtoffer] op haar mond gekust en/of
- de buikstreek en/of de borst(en) van die [slachtoffer] betast en/of gestreeld en/of
- zich door die [slachtoffer] op zijn mond laten kussen;
art 249 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
art 249 lid 2 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht
2.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 november 2003
tot en met 31 december 2003 in de gemeente Lochem en/of elders in Nederland,
met [slachtoffer] (geboren op [datum]), die
de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
(telkens) buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die
(telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen
van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens) opzettelijk
- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gestoken/gebracht en/of
- die [slachtoffer] op haar mond gekust en/of
- de buikstreek en/of de borst(en) van die [slachtoffer] betast en/of gestreeld en/of
- zich door die [slachtoffer] op zijn mond laten kussen;
art 245 Wetboek Pro van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij in of omstreeks de periode van 20 november 2003 tot en met 31 december
2003 in de gemeente Lochem en/of elders in Nederland,
(telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of
waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer]
(geboren op [datum]),
immers heeft hij, verdachte, - als onderwijzer van Basisschool [naam]
waar die [slachtoffer] toen leerling was - (telkens) opzettelijk
- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gestoken/gebracht en/of
- die [slachtoffer] op haar mond gekust en/of
- de buikstreek en/of de borst(en) van die [slachtoffer] betast en/of gestreeld en/of
- zich door die [slachtoffer] op zijn mond laten kussen;
art 249 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
art 249 lid 2 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht
Vrijspraak
Naar het oordeel van de politierechter is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.
Ter toelichting wordt overwogen, dat de verklaringen van [slachtoffer] [slachtoffer] en verdachte weliswaar deels overeenstemmen, maar dat deze op voor de beoordeling wezenlijke punten strijdig zijn, terwijl het overige bewijsmateriaal slechts bestaat in verklaringen, die zijn terug te voeren op mededelingen van [slachtoffer] [slachtoffer] zelf of die betrekking hebben op, deels betwiste, aangelegenheden van andere aard dan het tenlastegelegde.
Hoewel een dergelijke situatie bij vervolging van zedendelicten niet ongewoon is en deze niet in de weg behoeft te staan aan een veroordeling, wordt de onderhavige zaak in zodanige mate gekenmerkt door factoren die het zicht op de ware toedracht bemoeilijken, dat de voor een bewezenverklaring noodzakelijke overtuiging niet is bereikt.
BESLISSING
De politierechter beslist als volgt.
Verklaart niet bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen mr. Van Harreveld, politierechter, in tegenwoordigheid
van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 september 2005.