ECLI:NL:RBZUT:2005:AU3031
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs hoofdverblijf recreatiewoning bij invordering dwangsommen gemeente
Eiseres kwam in verzet tegen de invordering van dwangsommen door de gemeente wegens het permanent bewonen van haar recreatiewoning. Hoewel eiseres op een ander adres in het bevolkingsregister stond ingeschreven, moest de gemeente bewijzen dat zij in de relevante periode haar hoofdverblijf in de recreatiewoning had.
De gemeente bracht eiseres als getuige en leverde bewijs dat zij tussen 1 maart 2003 en 1 juni 2003 grotendeels in de recreatiewoning verbleef. Eiseres verklaarde dat zij vaak in het weekend bij haar vader verbleef, waar zij ook de tuin verzorgde en kookte, maar haar persoonlijke spullen, administratie en post grotendeels in de recreatiewoning bleven. In maart 2003 zette zij de woning te koop en vanaf augustus 2003 verhuurde zij deze aan derden.
De rechtbank concludeerde dat de gemeente in haar bewijsopdracht was geslaagd en verklaarde het verzet ongegrond, behoudens ten aanzien van de invorderingskosten die deels werden toegewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard, behalve voor de invorderingskosten die gedeeltelijk worden toegewezen.