ECLI:NL:RBZUT:2005:AU5885
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Elders
- Van der Hooft
- Van Baaren
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens oplichting en valsheid in geschrifte bij beleggingsfraude
De rechtbank Zutphen heeft verdachte veroordeeld wegens meerdere feiten van oplichting, valsheid in geschrifte en het zonder vergunning bedrijfsmatig aantrekken van gelden van het publiek. Gedurende de periode van mei 1998 tot juni 2001 heeft verdachte samen met anderen beleggers misleid met valse rendementsoverzichten en prospectussen, waarbij ingelegde gelden niet werden belegd maar voor eigen gewin werden aangewend.
Verdachte heeft erkend dat zij de gelden niet heeft geïnvesteerd en dat zij uit de ingelegde bedragen ruim 2,4 miljoen euro voor zichzelf heeft gebruikt. De rechtbank oordeelde dat de bewijzen, waaronder verklaringen en documenten, wettig en overtuigend waren en verwierp de verweren van verdachte over het ontbreken van stukken en overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank sprak verdachte vrij van een ten laste gelegde verduistering, maar verklaarde bewezen het medeplegen van oplichting, valsheid in geschrifte en het overtreden van de Wet toezicht kredietwezen. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en verplicht tot schadevergoeding aan diverse benadeelde partijen, met een regeling voor betaling aan de Staat en verrekening met mededaders.
De impact van de fraude was groot: meer dan 2500 slachtoffers leden gezamenlijk een verlies van ruim vijf miljoen euro. De rechtbank wees verzoeken tot opheffing van voorlopige hechtenis af en verklaarde enkele vorderingen van benadeelden niet-ontvankelijk wegens complexiteit of onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en betaling van schadevergoeding wegens oplichting en valsheid in geschrifte bij beleggingsfraude.