ECLI:NL:RBZUT:2005:AU7855
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en verzoek tot wijziging ouderlijk gezag en omgangsregeling na echtscheiding
Partijen zijn gescheiden en gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind, dat bij de moeder in Spanje woont. De vader verzoekt de rechtbank om het gezag aan hem toe te wijzen en de hoofdverblijfplaats van het kind bij hem in Nederland te vestigen. Tevens vraagt hij om een omgangsregeling waarbij de moeder in Nederland en Spanje omgang met het kind heeft, en om vergoeding van gemaakte kosten.
De rechtbank toetst eerst haar bevoegdheid op grond van Verordening (EG) nr. 2201/2003 (Vo Brussel II bis). De gewone verblijfplaats van het kind is in Spanje, waardoor de Spaanse rechter primair bevoegd is. Een uitzondering kan gelden bij nauwe banden met Nederland en uitdrukkelijke aanvaarding van bevoegdheid door de moeder, die ontbreekt.
De rechtbank geeft de vader de gelegenheid zijn verzoek aan te vullen en houdt de beslissing over bevoegdheid aan tot de pro forma zitting. De zaak wordt aangehouden om nadere onderbouwing te verkrijgen, mede gezien lopende procedures en het belang van het kind. De rechtbank wijst op de noodzaak van een duidelijke bevoegdheidsaanvaarding door de moeder alvorens inhoudelijk te beslissen.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing over haar bevoegdheid aan en verzoekt de vader zijn verzoek aan te vullen, met een pro forma zitting gepland op 21 december 2005.