ECLI:NL:RBZUT:2005:AU8358
Rechtbank Zutphen
- Raadkamer
- Van Hoorn
- Van Harreveld
- Lagarde
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond wegens onvolledig bevel DNA-onderzoek veroordeelde
De rechtbank Zutphen behandelde op 18 november 2005 het bezwaarschrift van een veroordeelde tegen het bevel tot het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel. Het bezwaarschrift was tijdig ingediend binnen de wettelijke termijn van veertien dagen en de rechtbank verklaarde de veroordeelde ontvankelijk.
De kern van het bezwaar betrof het feit dat het bevel van de officier van justitie niet het vonnis vermeldde waarbij de veroordeling had plaatsgevonden, zoals vereist in artikel 3, tweede lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Dit voorschrift beoogt een nauwkeurige vaststelling van de grondslag van het DNA-onderzoek te waarborgen.
Hoewel de rechtbank de inhoudelijke bezwaren ongegrond achtte, leidde het ontbreken van de juiste vermelding in het bevel tot de conclusie dat het bezwaarschrift gegrond moest worden verklaard. De rechtbank beval de officier van justitie om het afgenomen celmateriaal terstond te vernietigen.
De uitspraak werd gegeven op 2 december 2005 door de meervoudige strafraadkamer van de rechtbank Zutphen, onder voorzitterschap van Van Hoorn, met medewerking van de rechters Van Harreveld en Lagarde.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en het afgenomen celmateriaal wordt vernietigd.