Art. 6 Wegenverkeerswet 1994Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 30 lid 4 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigenArt. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling wegens onvoorzichtig rijden met ernstig letsel en onverzekerd motorrijtuig
Op 21 februari 2005 veroorzaakte verdachte in Elburg een verkeersongeval door met zijn personenauto gedeeltelijk op de weghelft voor het tegemoetkomende verkeer te rijden en niet voortdurend zijn aandacht bij het verkeer te houden. Hierdoor botste hij met een tegemoetkomende auto, waarin drie inzittenden zaten, waaronder een 14-jarig meisje dat zwaar lichamelijk letsel opliep.
Daarnaast reed verdachte zonder dat er een geldige verzekering voor het motorrijtuig was afgesloten, wat een aparte overtreding vormt. Tijdens de terechtzitting op 16 december 2005 werd vastgesteld dat verdachte onvoldoende schuldbesef toonde en al meerdere keren eerder was veroordeeld voor onverzekerd rijden.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte schuldig is aan het veroorzaken van het ongeval door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag en het rijden zonder verzekering. De strafmaat werd bepaald op een werkstraf van 150 uur met een vervangende hechtenis van 75 dagen, een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 18 maanden (waarvan 6 maanden voorwaardelijk), en een gevangenisstraf van 2 weken voor de onverzekerde rit.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 150 uur werkstraf, 2 weken gevangenisstraf en 18 maanden rijontzegging wegens onvoorzichtig rijden met ernstig letsel en onverzekerd motorrijtuig.
Uitspraak
RECHTBANK ZUTPHEN
Meervoudige kamer voor strafzaken
Parketnummer: 06/551592-05
Uitspraak d.d.: 29 december 2005
tegenspraak / dip
VERKORT VONNIS
in de zaak tegen:
[naam],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 december 2005.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 21 februari 2005 in de gemeente Elburg, als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig
(personenauto), daarmee heeft gereden over de weg, de Eperweg, terwijl de
omstandigheden ter plaatse van de aanrijding als volgt waren:
- de Eperweg maakte, gezien in de rijrichting van verdachte, een (flauwe)
bocht naar rechts en/of
- de Eperweg had een breedte van ongeveer 6 meter en was door middel van een
onderbroken streep verdeeld in twee rijstroken.
Hij - verdachte - heeft zich, onder bovengenoemde omstandigheden, toen daar
zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft
plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of
onoplettend, te rijden, welk rijgedrag hieruit heeft bestaan dat hij,
verdachte:
- niet voortdurend zijn aandacht bij de weg en/of het verkeer heeft gehouden
en/of
- (gedeeltelijk) op de weghelft voor het tegemoetkomende verkeer heeft
gereden, althans niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden, op een moment
dat een hem tegemoetkomend motorvoertuig reeds kort genaderd was en/of
- niet de handelingen heeft verricht die van hem werden vereist,
waarbij hij, verdachte, met het door hem bestuurde voertuig, (met
onverminderde snelheid) tegen een tegemoetkomende personenauto is aangereden
en/of aangegleden en/of gebotst, waardoor
- [slachtoffer A] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit
tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden
is ontstaan en/of
- [slachtoffer B] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken pols en/of een
(meervoudige)(open) beenbreuk en/of een gekneusde elleboog en/of een gekneusde
knie en/of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke
ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan
en/of
- [slachtoffer C] zwaar lichamelijk letsel, te weten een aantal gebroken tanden
en/of een hersenschudding en/of verwondingen van het gehemelte en/of tandvlees
en/of aangezicht en/of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat
daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale
hij op of omstreeks 21 februari 2005 in de gemeente Elburg, als bestuurder van
een motorrijtuig (personenauto), gekentekend [kenteken], daarmede heeft gereden
op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Eperweg, zonder dat er
voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet
aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden;
art 30 lid 4 WetPro aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.
Taal- en/of schrijffouten
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op 21 februari 2005 in de gemeente Elburg als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee heeft gereden over de weg, de Eperweg, terwijl de omstandigheden ter plaatse van de aanrijding als volgt waren:
- de Eperweg maakte, gezien in de rijrichting van verdachte, een flauwe
bocht naar rechts en
- de Eperweg had een breedte van ongeveer 6 meter en was door middel van een
onderbroken streep verdeeld in twee rijstroken.
Hij - verdachte - heeft zich, onder bovengenoemde omstandigheden, toen daar zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, te rijden, welk rijgedrag hieruit heeft bestaan dat hij,
verdachte:
- niet voortdurend zijn aandacht bij de weg en/of het verkeer heeft gehouden
en
- gedeeltelijk op de weghelft voor het tegemoetkomende verkeer heeft
gereden, op een moment dat een hem tegemoetkomend motorvoertuig reeds
kort genaderd was en
- niet de handelingen heeft verricht die van hem werden vereist,
waarbij hij, verdachte, met het door hem bestuurde voertuig met onverminderde snelheid tegen een tegemoetkomende personenauto is aangereden, waardoor
- [slachtoffer B] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken pols en een
meervoudige open beenbreuk en een gekneusde elleboog en een gekneusde
knie werd toegebracht;
2.
hij op 21 februari 2005 in de gemeente Elburg, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gekentekend [kenteken], daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Eperweg, zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden.
Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezene levert op het misdrijf:
1. overtreding van artikel 6 vanPro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;
en de overtreding:
2. als bestuurder van een motorrijtuig daarmede opeen weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Oplegging van straf en/of maatregel
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).
Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de
rechtbank een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Deze taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.
De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft op 21 februari 2005 in de gemeente Elburg een verkeersongeval veroorzaakt, tengevolge waarvan een inzittende van de door hem aangereden personenauto aanzienlijk letsel heeft opgelopen.
Verdachte reed op die bewuste dag met zijn personenauto op de Eperweg en is daarbij op de weghelft van het hem tegemoetkomende verkeer terechtgekomen. Vervolgens heeft er een aanrijding plaatsgevonden met een hem tegemoetkomende personenauto, met drie inzittenden (een vader met twee jonge kinderen). Tengevolge van de handelwijze van verdachte heeft de 14-jarige [slachtoffer B] zwaar lichamelijk letsel opgelopen.
De rechtbank heeft daarnaast gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze mede uit de opgemaakte reclasseringsrapportage van 14 oktober 2005 voor voren komen, alsmede de indruk die verdachte ter terechtzitting op de rechtbank heeft gemaakt. Die indruk is dat hij zich weinig betrokken heeft getoond bij het slachtoffer en nauwelijks enig schuldbesef betoont, zoals dat ook blijkt uit de zich in het dossier bevindende slachtofferverklaring.
De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij reeds diverse keren is veroordeeld voor het onverzekerd rijden (art. 30 WAMPro), laatstelijk op 7 september 2005. Verdachte is kennelijke onvoldoende doordrongen van de gevolgen die deze bewuste nalatigheid heeft voor degenen die hij schade berokkend, zoals in dit geval het gezin [naam].
Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank een strafoplegging zoals door de officier van justitie gevorderd, passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 62, 63 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 30 vanPro de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.
BESLISSING
De rechtbank beslist als volgt.
Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
Ten aanzien van het misdrijf (onder 1 primair):
Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf gedurende 150 (honderdvijftig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 dagen.
Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 18 (achttien) maanden.
Bepaalt, dat een gedeelte van deze bijkomende straf, groot 6 (zes) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Ten aanzien van de overtreding (onder 2):
Veroordeelt verdachte tot een hechtenis voor de duur van 2 (twee) weken.
Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.
Aldus gewezen door mrs. Buijs, voorzitter, Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 december 2005.