ECLI:NL:RBZUT:2005:AU9898
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Elders
- Van Apeldoorn
- Van der Hooft
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit softdrugstransporten naar Italië
De rechtbank Zutphen heeft op 13 december 2005 uitspraak gedaan in een zaak waarbij de officier van justitie een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel had ingediend tegen verdachte. Het voordeel betrof opbrengsten uit softdrugstransporten naar Italië.
Op basis van het strafdossier, rapporten van financieel rechercheurs en een advies van het Bureau Ontnemingswetgeving OM (B.O.O.M.) stelde de rechtbank vast dat verdachte wederrechtelijk voordeel had verkregen. De rechtbank hanteerde een berekening gebaseerd op 34 transporten, elk met gemiddeld 15 kilogram hennep, en een bruto voordeel van €2.100 per kilogram. Na aftrek van transport- en verpakkingskosten resteerde een totaal wederrechtelijk verkregen voordeel van €985.750, waarvan de helft aan verdachte werd toegerekend.
De verdediging betwistte het aantal transporten en de berekeningswijze, maar de rechtbank volgde grotendeels de door het Openbaar Ministerie gehanteerde methode. De rechtbank hield rekening met een eenmalige verpakkingskost van €250 ten gunste van verdachte. Uiteindelijk werd het bedrag van €492.875 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan verdachte ontnomen.
De rechtbank bepaalde dat indien verdachte niet aan deze verplichting voldoet en verhaal op zijn vermogen niet mogelijk is, de rechter op verzoek van de officier van justitie kan besluiten tot tenuitvoerlegging van lijfdwang tot maximaal drie jaar. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken onder voorzitterschap van Elders.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot betaling van €492.875 aan wederrechtelijk verkregen voordeel.