ECLI:NL:RBZUT:2006:AV1070

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
4 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
74384 / KG ZA 05-320
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 lid 1 sub a Rva 2005Art. 44 lid 1 Vreemdelingenwet 2000Art. 556 lid 1 RvArt. 557 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming AZC wegens weigering passende huisvesting door COA

De zaak betreft een kort geding tussen het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) en een asielzoeker die sinds 3 juli 2001 in het AZC Doetinchem verblijft en sinds 9 januari 2004 een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft. COA heeft passende woonruimte aangeboden in Raamsdonksveer, welke door de asielzoeker is geweigerd. COA sommeerde de asielzoeker om het AZC binnen drie dagen te verlaten, maar hieraan is geen gehoor gegeven.

De rechtbank oordeelt dat de asielzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de aangeboden woning niet als passende huisvesting kan worden beschouwd. Zijn persoonlijke omstandigheden, zoals het ontbreken van sociale contacten en depressiviteit, zijn niet voldoende onderbouwd om de weigering te rechtvaardigen. Het belang van COA bij het vrijmaken van opvangplaatsen weegt zwaarder dan de persoonlijke belangen van de asielzoeker.

De vordering tot ontruiming wordt toegewezen. De gevorderde machtiging voor ontruiming met inzet van de sterke arm wordt afgewezen als overbodig. De asielzoeker wordt veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen en in de proceskosten.

Uitkomst: De asielzoeker wordt veroordeeld tot ontruiming van het AZC binnen drie dagen na betekening van het vonnis.

Uitspraak

Rechtbank Zutphen
Sector Civiel
Afdeling Handel
Rolnummer: 74384 / KG ZA 05-320
Uitspraak: 4 januari 2006
Vonnis in kort geding in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon CENTRAAL ORGAAN OPVANG ASIELZOEKERS (COA),
gevestigd te Rijswijk,
eiseres,
procureur mr. C.B. Gaaf,
advocaat mr. C. Frijlink te ’s-Gravenhage,
tegen
[naam],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
in persoon verschenen.
Partijen zullen hierna COA en [gedaagde] genoemd worden.
1. De procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het herstelexploot
- de mondelinge behandeling.
1.2 Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1 Sinds 3 juli 2001 verblijft [gedaagde] in het AZC Doetinchem aan de Christoffelstraat 2 (7009 BZ) te Doetinchem (hierna mede: het AZC).
2.2 [gedaagde] is sinds 9 januari 2004 houder van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
2.3 COA heeft voor [gedaagde] woonruimte gevonden op het adres Baksweer 158a te Raamsdonksveer (gemeente Geertruidenberg).
2.4 [gedaagde] heeft voormelde woonruimte geweigerd te betrekken en de huurovereenkomst niet getekend.
2.5 COA heeft [gedaagde] op 30 november 2005 gesommeerd het AZC binnen drie dagen te ontruimen. Aan die sommatie heeft [gedaagde] geen gehoor gegeven.
3. Het geschil
3.1 COA vordert - samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot ontruiming van het AZC Doetinchem aan de Christoffelstraat 2 (7009 BZ) te Doetinchem.
3.2 [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1 Op grond van artikel 7 lid 1 sub a van Pro de Rva 20005 in verband gelezen met artikel 44 lid 1 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 eindigt indien op een asielaanvraag inwilligend is beslist de opvang van een asielzoeker van rechtswege op de dag waarop naar het oordeel van COA passende huisvesting buiten het centrum kan worden gerealiseerd.
4.2 [gedaagde] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de door COA aangeboden woning in redelijkheid niet kan worden beschouwd als passende huisvesting. De omstandigheid dat hij niemand kent in Raamsdonksveer en zijn stelling dat hij dan weer depressief wordt - welke stelling in het geheel niet is onderbouwd - zijn daartoe onvoldoende. Derhalve wordt met COA geoordeeld dat [gedaagde] zich na de weigering van de woning zonder recht of titel in het AZC bevindt.
4.3 Het COA heeft een voldoende spoedeisend belang bij haar vordering. Het COA heeft immers onweersproken gesteld dat haar flexibele opvangcapaciteit is verminderd met duizenden plaatsen en dat er sprake is van een situatie waarin behoefte bestaat aan het op korte termijn vrij krijgen van opvangplaatsen. Dat [gedaagde] vrijwillig zal meewerken aan de ontruiming is onvoldoende aannemelijk geworden, omdat hij hij niet heeft voldaan aan de sommatie van COA van 30 november 2005. Dat [gedaagde] gelet op het ontbreken van sociale contacten elders en zijn depressiviteit slechts een woning in Doetinchem wenst te accepteren, maakt niet dat zijn belangen zwaarder dienen te wegen dan het belang van het COA bij een spoedige ontruiming van de door [gedaagde] bewoonde woning.
4.4 De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge art. 556 lid 1 en Pro art. 557 Rv Pro overbodig is.
4.5 [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van COA worden begroot op:
- dagvaarding EUR 85,60
- vast recht 244,00
- overige kosten 0,00
- salaris procureur 816,00
Totaal EUR 1145,60
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1 veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na de betekening van dit vonnis met al het zijne en al de zijnen het AZC Doetinchem aan de Christoffelstraat 2 (7009 BZ) te Doetinchem te ontruimen en ontruimd te houden,
5.2 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van COA tot op heden begroot op EUR 1145,60,
5.3 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4 wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Vrendenbarg-Elsbeek en in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2006.?