ECLI:NL:RBZUT:2006:AV3223
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- Van Hoorn
- Schmitz
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsbeneming
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot schadevergoeding wegens voorlopige vrijheidsbeneming van 11 juli 2004 tot en met 6 oktober 2004, in verband met verdenking van poging tot moord op zijn ex-echtgenote. Daarnaast vorderde hij compensatie voor een eerdere vrijheidsbeneming in een andere strafzaak en vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat alleen immateriële schadevergoeding toekomt voor de genoemde periode van vrijheidsbeneming, vastgesteld op € 6810,-. Materiële schade is niet aannemelijk gemaakt en het oorzakelijk verband ontbreekt. Ook is verzoeker niet-ontvankelijk voor schade van zijn kinderen en compensatie op basis van artikel 90, vierde lid, Sv.
De rechtbank overweegt dat verzoeker door zijn gedrag, zoals het verlaten van zijn woning en het niet meewerken aan het onderzoek, de duur van de voorlopige hechtenis heeft beïnvloed. De standaardvergoeding voor rechtsbijstand wordt toegekend met € 275,- vanwege afwezigheid van zijn raadsman bij de mondelinge behandeling.
Het verzoek wordt derhalve gedeeltelijk toegewezen met een totale vergoeding van € 7085,-.
Uitkomst: Gedeeltelijke toekenning van schadevergoeding van € 6810,- voor immateriële schade en € 275,- voor rechtsbijstand, overige vorderingen afgewezen.