ECLI:NL:RBZUT:2006:AV6111
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Borgerhoff Mulder
- De Bie
- Hemrica
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot gevangenisstraf voor doodslag na ruzie over geld in Doetinchem
De rechtbank Zutphen heeft op 21 maart 2006 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van doodslag op het slachtoffer in de gemeente Doetinchem in de periode van 18 tot 19 april 2005. De rechtbank oordeelde dat verdachte het slachtoffer met een mes of een scherp voorwerp in het lichaam heeft gestoken, wat heeft geleid tot het overlijden van het slachtoffer.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde, namelijk doodslag met voorbedachten rade, omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte het mes had gepakt en het slachtoffer na kalm beraad had gestoken. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte het slachtoffer opzettelijk van het leven heeft beroofd, wat kwalificeert als doodslag.
De rechtbank verwierp het beroep op noodweer omdat uit getuigenverklaringen bleek dat verdachte zelf twee keer de confrontatie met het slachtoffer had gezocht. Bij de straftoemeting werd rekening gehouden met de ernst van het delict, het leed van de nabestaanden en de eerdere veroordeling van verdachte voor een geweldsdelict. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar en negen maanden.
Daarnaast werd verdachte aansprakelijk gesteld voor schadevergoeding aan de benadeelde partij, neef van het slachtoffer, voor begrafeniskosten. De rechtbank legde tevens een betalingsverplichting op aan verdachte ten behoeve van de Staat, met een hechtenismaatregel bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot negen jaar en negen maanden gevangenisstraf voor doodslag zonder voorbedachten rade.